Artikel
1
In deze regeling wordt verstaan onder:
Commission Internationale de L’Eclairage;
de verplaatsingshoek van de retroreflector om de referentie-as vanuit een bepaalde stand;
de hoek tussen de referentie-as en de rechte die het referentiepunt verbindt met het middelpunt van de lichtbron;
het quotiënt van de in de betrokken richting weerkaatste lichtsterkte, gedeeld door de verlichtingssterkte van de retroreflector voor bepaalde lichtinvals-, waarnemings- en draaiingshoeken;
as, aan te geven door de fabrikant van de retroreflector, om te dienen als richtingreferentie (H = 0°, V = 0°) bij het verrichten van fotometrische metingen en voor het plaatsen van de retroreflector op het voertuig;
het snijpunt van de referentie-as met het uitvalsvlak van het door de retroreflector uitgestraalde licht zoals aan te geven door de fabrikant van de retroreflector;
reflectie waarbij de straling wordt teruggekaatst in richtingen die ongeveer tegengesteld zijn aan die van de invallende straling; deze eigenschap blijft bij ruime variatie in de richting van de invallende straling behouden;
inrichting, bestemd om de aanwezigheid van een voertuig kenbaar te maken door weerkaatsing van het licht afkomstig van een niet tot dat voertuig behorende lichtbron, waarbij de waarnemer zich nabij deze lichten bevindt;
verlichtingssterkte gemeten in een vlak dat loodrecht staat op de invallende stralen en loopt door het referentiepunt;
de hoek tussen de rechten die het referentiepunt verbinden met het middelpunt van de ontvanger en met het middelpunt van de lichtbron.