Verordening op de Boekhoudverordening 1998

Artikel

1

In deze verordening wordt verstaan onder

  • a.

    Advocaat:

    De in Nederland ingeschreven advocaat, de procureur daaronder begrepen, alsmede de advocaat bedoeld in artikel 16h van de Advocatenwet.

  • b.

    Deken:

    De deken van het arrondissement waar de advocaat staat ingeschreven.

  • c.

    Raad van Toezicht:

    De Raad van Toezicht van het arrondissement waar de advocaat staat ingeschreven.

  • d.

    Derdengelden:

    De gelden die niet zijn bestemd voor de advocaat maar voor zijn cliënt of enige andere derde, voorzover deze gelden niet kunnen worden aangemerkt als verschotten of griffierechten.

  • e.

    Stichting derdengelden:

    De stichting waarvan het doel blijkens de doelomschrijving uitsluitend is het tijdelijk beheer van derdengelden ten behoeve van de rechthebbende of degene die zal blijken de rechthebbende te zijn en waarvan de statuten gelijkluidend zijn aan de als bijlage A aan deze verordening gehechte Model statuten stichting derdengelden en met welke stichting ten behoeve van de advocaat een overeenkomst is gesloten die onverkort de bepalingen bevat van de als bijlage B aan deze verordening gehechte Modelovereenkomst kantoor-stichting derdengelden.

  • f.

    Accountant:

    Een register-accountant of een accountant administratieconsulent als bedoeld in artikel 55 van de Wet op de registeraccountants respectievelijk artikel 36 van de Wet op de Accountants-Administratieconsulenten.

Artikel

2

De advocaat is verplicht ten aanzien van zijn praktijk een administratie op zodanige wijze te voeren en de daartoe behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers op zodanige wijze te bewaren, dat te allen tijde de rechten en verplichtingen kunnen worden vastgesteld. Hij is voorts verplicht binnen een redelijke termijn na afloop van het boekjaar de balans en de staat van baten en lasten op schrift te stellen.

Artikel

3

Artikel

4

Het bepaalde in het voorgaande artikel lijdt uitzondering in het geval dat de advocaat optreedt in een hoedanigheid die het gevolg is van een rechterlijke benoeming. Derdengelden die hij in die hoedanigheid onder zich krijgt is hij verplicht onverwijld over te maken naar een afzonderlijke bankrekening uit de tenaamstelling waarvan die hoedanigheid is af te leiden en op die rekening te laten staan totdat zij aan de rechthebbende zijn overgemaakt, tenzij het een benoeming betreft tot curator in een faillissement en in het betreffende arrondissement een bijzondere door de rechter-commissaris gecontroleerde regeling voor het beheer van faillissementsgelden van kracht is.

Artikel

5

Artikel

6

De advocaat is verplicht desgevraagd de deken de gewenste inlichtingen te verschaffen over de door hem gevoerde administratie, de hem ter beschikking staande of door hem bestuurde stichting derdengelden en de financiële situatie van zijn praktijk, met inbegrip van de liquiditeit en de solvabiliteit daarvan. Wanneer de deken van oordeel is dat ten aanzien van die onderwerpen een nader onderzoek noodzakelijk is, gaat hij daartoe over. Daarvoor kan hij na overleg met de advocaat een accountant aanwijzen. Hij bedingt daarbij diens geheimhouding. De advocaat is verplicht aan een dergelijk onderzoek zijn medewerking te verlenen.

Indien bij het onderzoek van tekortkomingen van betekenis niet blijkt, komen de kosten daarvan voor rekening van de Orde van het arrondissement waar de advocaat staat ingeschreven. In het andere geval kan de Raad van Toezicht die kosten geheel of ten dele de advocaat in rekening brengen.

Van een ingevolge dit artikel opgemaakt accountantsverslag ontvangt de advocaat een afschrift.

Artikel

7

Deze verordening treedt in de plaats van de Boekhoudverordening 1990 van 25 januari 1990 welke bij deze wordt ingetrokken. Zij kan worden aangehaald als de Verordening op de Boekhoudverordening 1998 en treedt in werking op een door de Algemene Raad nader te bepalen tijdstip.

Bijlage

A

bij Boekhoudverordening 1998

MODEL STATUTEN STICHTING DERDENGELDEN

als bedoeld in artikel 1, sub e, van de Boekhoudverordening 1998 van de Nederlandse Orde van Advocaten.

negentienhonderdachtennegentig verschijnt voor mij, **,

notaris te :

**

De comparant verklaart bij deze een stichting op te richten, die wordt geregeerd door de volgende

Statuten:

1.8vBegripsomschrijving.

Artikel

1

In deze statuten wordt verstaan onder

  • a.

    Advocaat:

    Een in Nederland ingeschreven advocaat, de procureur daaronder begrepen.

  • b.

    Deken:

    De deken van het arrondissement waar de Advocaat staat ingeschreven alsmede diens plaatsvervanger.

  • c.

    Derdengelden:

    De gelden en andere vermogensbestanddelen die niet zijn bestemd voor de Advocaat, maar voor zijn cliënt of enige andere derde, voorzover deze gelden niet kunnen worden aangemerkt als verschotten of griffierechten.

  • d.

    Accountant:

    Een registeraccountant of een accountant-administratie consulent als bedoeld in artikel 55 van de Wet op de Registeraccountants respectievelijk artikel 36 van de Wet op de Accountants-Administratieconsulenten.

Naam. Zetel.

Artikel

2

De stichting draagt de naam: Stichting Beheer Derdengelden ** en is gevestigd in de gemeente **

Doel.

Artikel

3

Bestuur.

Artikel

4

Artikel

5

Vertegenwoordiging.

Artikel

6

Organisatie bestuur.

Artikel

7

Boekjaar, balans en staat van baten en lasten.

Artikel

8

Statutenwijziging en ontbinding.

Artikel

9

a.**

b. **

c. **

Waarvan deze akte in minuut wordt verleden te , op de datum in het hoofd van deze akte vermeld.

Nadat de zakelijke inhoud van de akte aan de comparant is opgegeven en hij heeft verklaard van de inhoud van de akte kennis te hebben genomen en op volledige voorlezing daarvan geen prijs te stellen, wordt deze akte onmiddellijk na voorlezing van die gedeelten van de akte, waarvan de wet voorlezing voorschrijft, door de comparant, die aan mij, notaris, bekend is, en mij, notaris, ondertekend.

Bijlage

B

bij Boekhoudverordening 1998

MODEL OVEREENKOMST KANTOOR-STICHTING DERDENGELDEN

in verband met model statuten als bedoeld in artikel 1, sub e, van de Boekhoudingverordening 1998 van de Nederlandse Orde van Advocaten

De ondergetekenden:

1. **

te dezen handelend als ** - hierna te noemen: het Kantoor - en als zodanig het Kantoor vertegenwoordigend;

2. a. ** ;

b. ** ; en

c. ** ,

te dezen handelend:

  • a.

    als bestuursleden van de Stichting: Stichting Derdengelden **

    - hierna te noemen: de Stichting - en als zodanig vormend het hele bestuur de Stichting vertegenwoordigend; en

  • b.

    voor zichzelf in privé,

overwegende:

  • -

    dat aan de Advocaten die verbonden zijn aan het Kantoor

  • -

    hierna te noemen: Advocaten, of ieder afzonderlijk: Advocaat - uit hoofde van hun beroep gelden en vermogensbestanddelen worden toevertrouwd die niet zijn bestemd voor de Advocaat, maar voor zijn cliënt of enige andere derde, voorzover deze gelden niet kunnen worden aangemerkt als verschotten of griffierechten;

  • -

    dat deze gelden en andere vermogensbestanddelen zijn aan te merken als derdengelden in de zin van artikel 1 onder d van de door de Nederlandse Orde van Advocaten uitgevaardigde Boekhoudverordening 1998 - hierna te noemen: de Derdengelden - en zich in civielrechtelijke zin vermengen met het vermogen van de Advocaten respectievelijk zich kunnen vermengen met het vermogen van het Kantoor, tenzij de Derdengelden geheel afzonderlijk zijn ondergebracht;

  • -

    dat een advocaat op grond van het in artikel 3 lid 3 van de Boekhoudverordening 1998 verplicht is om een stichting derdengelden ter beschikking te hebben teneinde de Derdengelden afgescheiden te houden van het vermogen van de Advocaat respectievelijk van het Kantoor;

  • -

    dat om die reden de Stichting is opgericht;

  • -

    dat de Stichting geen andere activiteiten verricht dan het in ontvangst nemen van Derdengelden, het tijdelijk beheren van hetgeen de Stichting heeft ontvangen en het betalen of overdragen van hetgeen de Stichting heeft ontvangen aan de rechthebbenden of degenen die rechthebbenden zullen blijken te zijn;

  • -

    dat wordt beoogd alle betalingen van Derdengelden te doen plaatsvinden aan of vanuit de Stichting, met dien verstande dat vermenging slechts zal plaatsvinden waar het betreft de Derdengelden onderling en geen vermenging zal optreden tussen de gelden en het vermogen van de Advocaat respectieveljk van het Kantoor;

komen overeen als volgt:

  • 1.

    De Stichting verbindt zich jegens het Kantoor en in het bijzonder jegens de Advocaten van het Kantoor de Der-dengelden in beheer te nemen.

  • 2.

    Tevens kan de Stichting niet de aan de Advocaten toekomende voorschotten, honoraria, verschotten en griffierechten voor het Kantoor in ontvangst nemen. Zij verbindt zich geen andere activiteiten te verrichten dan hiervoor omschreven, met dien verstande dat de Stichting ter beschikking kan staan voor andere advocaten of andere kantoren, mits het Kantoor daarmee schriftelijk heeft ingestemd.

  • 3.

    De Advocaat respectievelijk het Kantoor draagt er zorg voor dat de Derdengelden niet aan het Kantoor of aan een Advocaat worden betaald, maar dat een rechtstreekse betaling aan de Stichting plaatsvindt. De Stichting verbindt zich de Derdengelden te beheren en onverwijld aan de rechthebbenden uit te keren.

  • 3a

    De rechthebbende kan de stichting derdengelden opdragen, bij voorkeur schriftelijk, van het hem toekomende bedrag gelden over te maken op de rekening van de advocaat, zulks ter voldoening van openstaande declaraties. De advocaat ziet er op toe dat de stichting derdengelden pas tot uitbetaling overgaat zodra de rechthebbende een volledig beeld heeft van het verloop van de zaak, van het aan de rechthebbende toekomende bedrag uit hoofde van ten behoeve van hem geïncasseerde gelden en van de hoogte van de declaratie van de advocaat.

  • 4.

    De Stichting draagt zorg voor het rentedragend uitzetten van de Derdengelden. De rente welke de Stichting over de uitgezette gelden ontvangt komt indien de gelden langer dan acht dagen hebben uitgestaan de rechthebbenden toe verminderd met eventueel gemaakte bankkosten en een vergoeding ter grootte van een/vierde procent van het betrokken bedrag, berekend op jaarbasis.

  • 5.

    De Stichting is uitsluitend bevoegd gelden over te maken aan de Advocaat wanneer het gelden betreft die voor de Advocaat respectievelijk het Kantoor zijn bestemd.

  • 6.

    Indien blijkt dat, om welke reden dan ook, de liquiditeiten van de Stichting minder zijn dan overeenkomt met het totaalbedrag van alle aan de Advocaten uit hoofde van hun beroep op dat moment toevertrouwde Derdengelden, is ieder der Advocaten respectievelijk het Kantoor verplicht de liquiditeiten van de Stichting onverwijld aan te vullen tot hetgeen overeenkomt met dat totaalbedrag. Deze verplichting is een hoofdelijke verplichting voor ieder der Advocaten.

    Indien de Stichting ter beschikking staat aan meer dan één kantoor, zal de Stichting allereerst de Advocaten verbonden aan het Kantoor respectievelijk het Kantoor zelf aanspreken voor het hiervoor in dit artikel bedoelde tekort, aan wier handelen of nalaten te handelen - zulks ter uitsluitende beoordeling van de Stichting - het tekort te wijten is. Indien blijkt dat het tekort ten dele of geheel te wijten is aan handelen of nalaten te handelen van leden van het bestuur van de Stichting, dan zijn deze bestuursleden aansprakelijk voor de aanzuivering van het tekort voor zover het tekort aan hen te wijten is.

    De Stichting is niet bevoegd gelden over te maken aan de Advocaat respectievelijk aan het Kantoor indien en voor zover de in de Stichting aanwezige liquiditeiten minder bedragen dan hetgeen overeenkomt met het totaalbedrag van alle aan de Advocaten uit hoofde van hun beroep op dat moment toevertrouwde Derdengelden.

  • 7.

    Het Kantoor verricht ten behoeve van de Stichting geen andere diensten dan die welke voor het functioneren van de Stichting onontbeerlijk zijn, te weten bestuursactiviteiten en administratieve werkzaamheden.

  • 8.

    De Advocaat brengt aan de Stichting geen omzetbelasting in rekening.

  • 9.

    Het Kantoor ontvangt een jaarlijkse vergoeding van de door hem voor de stichting te verrichten diensten welke gelijk is aan het per het einde van ieder boekjaar blijkende positieve exploitatiesaldo.

  • 10.

    Het Kantoor zorgt ervoor dat het boekjaar van het Kantoor gelijk is aan het boekjaar van de Stichting.

  • 11.

    Het bestuur van de Stichting verplicht zich slechts personen tot bestuurslid van de Stichting te benoemen die de onderhavige overeenkomst hebben mede-ondertekend of zich daartoe hebben verplicht.

  • 12.

    Van iedere tussentijdse wijziging in de overeenkomst en van ontbinding van de overeenkomst moet door partijen kennis worden gegeven aan de Nederlandse Orde van Advocaten alsmede aan de Raad van Toezicht als bedoeld in artikel 1 onder c Boekhoudverordening 1998.

  • 13.

    De Advocaat respectievelijk het Kantoor geeft aan de Stichting volmacht voor de duur van deze overeenkomst om betalingen in ontvangst te nemen en betalingen te doen, conform het in deze overeenkomst bepaalde. De volmacht kan niet worden herroepen zolang deze overeenkomst niet is geëindigd.

  • 14.

    Deze overeenkomst kan alleen worden beëindigd met inachtneming van hetgeen in de Boekhoudverordening 1998 is bepaald.

    Getekend in ___________ voud te ______________ op ________________

Bijlage

C

bij Boekhoudverordening 1998

MODEL EIGEN VERKLARING

als bedoeld in artikel 5 eerste lid van de Boekhoudverordening 1998

Hierbij verklaar ik/verklaren wij namens het samenwerkingsverband:1In geval een gemeenschappelijke administratie wordt gevoerd kan deze verklaring slechts namens alle daar werkzame en/of in dienst zijnde advocaten worden afgegeven als er sprake is van een samenwerkingsverband in de zin van de Samenwerkingsverordening 1993.

dat mijn/ons boekjaar loopt van ............ tot .............

dat uit mijn/onze administratie te allen tijde de rechten en verplichtingen van de advocatenpraktijk .................................... (naam advocaat/samenwerkingsverband) kunnen worden vastgesteld en dat binnen een redelijke termijn na afloop van ieder boekjaar de balans en de staat van baten en lasten op schrift worden gesteld.

Voorts verklaar ik/verklaren wij voor de periode .......... (invullen het laatst verstreken boekjaar):

  • 1.

    dat de ontvangen derdengelden onverwijld zijn doorbetaald aan de rechthebbende;

  • 2.

    dat mij/ons een stichting derdengelden ter beschikking staat, waarvan de statuten zijn vastgesteld gelijkluidend aan het in art. 1 sub e van de Boekhoudverordening bedoelde model en met welke stichting door mij/ons een overeenkomst Kantoor/Stichting Derdengelden is gesloten die onverkort de bepalingen bevat van het in art. 1 sub e van de Boekhoudverordening bedoelde model.

    Van de statuten en de overeenkomst is een kopie aan deze verklaring gehecht.

    Indien in statuten en overeenkomst sedert de vorige toezending van deze stukken aan de Deken geen wijziging is gekomen kan in plaats van overlegging van model-statuten en model-overeenkomst worden volstaan met:

    Een recent uittreksel uit het Stichtingenregister ten name van de stichting is aan deze verklaring gehecht;

  • 3.

    dat ten aanzien van de derdengelden die ik/wij desondanks onder mij/ons heb(ben) gekregen een afzonderlijke registratie is gevoerd, waaruit telkens blijkt:

    het ontvangen bedrag;

    de datum en wijze van ontvangst;

    • de datum van overmaking;

    • de begunstigde;

    • de naam van de behandelend advocaat;

  • 4.

    dat per ultimo het laatste boekjaar het saldo van de stichting derdengelden ........................ bedroeg;

  • 5.

    dat ik/wij erop heb(ben) toegezien dat de derdengelden die zich door mij/ons toedoen bevonden onder de stichting derdengelden direct zijn overgemaakt naar de rechthebbende zodra de gelegenheid zich voordeed;

  • 6.

    dat ik/wij erop heb(ben) toegezien dat op mijn/ons briefpapier uitsluitend het bankrekeningnummer van de stichting derdengelden is vermeld.

  • 7.

    dat de derdengelden niet zijn gebruikt tot zekerheid van mij/ons kantoor, mijn/onze praktijk, enige andere derde of anderszins in strijd met hun bestemming zijn gebruikt;

  • 8.

    dat ik/wij het vorenstaande eveneens bevestig(en) voorzover dit van toepassing is op geldswaardige papieren en kostbaarheden.

  • 9.

    voorzover van toepassing verklaar ik/verklaren wij dat de gelden ontvangen in een functie waarin de rechter mij/de advocaten werkzaam bij of in dienst van het samenwerkingsverband heeft benoemd, onverwijld zijn overgemaakt op een afzonderlijke bankrekening (per benoemde advocaat) die zodanig te naam stond dat daaruit de functie bleek, althans op de door de bevoegde rechter daartoe aangewezen rekening, en voorts dat die gelden op die rekening zijn blijven staan totdat zij aan de rechthebbende zijn overgemaakt.

    Tenslotte verklaar ik/verklaren wij:

  • 10.

    dat ultimo het boekjaar de liquiditeitspositie van mijn kantoor/het samenwerkingsverband etc. zodanig was dat de kortlopende schulden (exclusief de derdengelden) voldaan konden worden uit de kortlopende vorderingen en aanwezige liquiditeiten (exclusief gesepareerde derdengelden);

  • 11.

    dat ultimo het boekjaar de solvabiliteit van mijn kantoor/het samenwerkingsverband zodanig was dat aan alle verplichtingen voldaan kon worden.

    [Plaats, datum]

    [Handtekening]