Besluit vaststelling fictieve opzeggingstermijn Werkloosheidswet

Besluit vaststelling fictieve opzeggingstermijn Werkloosheidswet

Het Landelijk instituut sociale verzekeringen,
Gelet op artikel 16, derde lid, van de Werkloosheidswet;

Besluit:

Artikel

1

Voor de toepassing van artikel 16, derde lid, van de Werkloosheidswet, wordt onder het daarin genoemde begrip loon dat de werknemer zou hebben ontvangen indien de dienstbetrekking door opzegging met inachtneming van de voor de werkgever geldende termijn zou zijn geëindigd, verstaan: het bedrag dat de werknemer per dag aan loon zou hebben ontvangen als de dienstbetrekking nog zou hebben voortgeduurd.

Artikel

2

Artikel

3

Indien het bij koninklijke boodschap van 7 maart 1997 ingediende voorstel van wet houdende wijziging van het Burgerlijk Wetboek, het Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen 1945 en van enige andere wetten (Flexibiliteit en zekerheid; Kamerstukken II, 1996-1997, nr. 25 263) tot wet wordt verheven, treedt dit besluit op hetzelfde tijdstip in werking als de in deze wet vastgestelde inwerkingstredingsdatum met betrekking tot artikel 16, derde lid, van de WW.

Indien dit besluit na inwerkingtreding van artikel 16, derde lid, van de WW, wordt bekendgemaakt in de Staatscourant, treedt dit besluit in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

Artikel

4

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit vaststelling fictieve opzeggingstermijn Werkloosheidswet.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden gepubliceerd.

Amsterdam
J.F. Buurmeijer , voorzitter