Regeling, houdende aanwijzing van de ambtenaren belast met het toezicht op de naleving en opsporing van het bij of krachtens de Binnenschepenwet bepaalde

Regeling aanwijzing ambtenaren toezicht en opsporing Binnenschepenwet

De Minister van Verkeer en Waterstaat en de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

Besluiten:

Artikel

1

Artikel

2

Met de opsporing van de bij de Binnenschepenwet strafbaar gestelde feiten zijn de volgende ambtenaren belast:

  • a.

    van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat:

    • 1.

      de inspecteur-generaal;

    • 2.

      De inspecteur-generaal en de ambtenaren van de afdeling Rijn- en binnenvaart van de divisie Scheepvaart;

    • 3.

      de ambtenaren van het Directoraat-Generaal Rijkswaterstaat, genoemd in artikel 1, eerste lid;

  • b.

    van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid:

    • de ambtenaren van de Arbeidsinspectie.

Artikel

3

De regeling van 16 mei 1988, nr. S/J-30.799/88, inzake onderzoek, toezicht en opsporing Binnenschepenwet (Stcrt. 121), wordt ingetrokken.

Artikel

4

Indien het bij koninklijke boodschap van 21 augustus 1997 ingediende voorstel van wet houdende aanpassing van bijzondere wetten aan de derde tranche van de Algemene wet bestuursrecht (Aanpassingswet derde tranche Awb II) (kamerstukken II 1996/97, 25 464) tot wet wordt verheven en in werking treedt, treedt deze regeling op hetzelfde tijdstip in werking.

Artikel

5

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling aanwijzing ambtenaren toezicht en opsporing Binnenschepenwet.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Verkeer en Waterstaat, A.Jorritsma-Lebbink
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, F.H.G. deGrave