Regeling, houdende vaststelling van de stroefheid van verharde oppervlakken die bestemd zijn voor de start en landing van luchtvaartuigen op aangewezen luchtvaartterreinen

Regeling stroefheid start- en landingsbanen

De Minister van Verkeer en Waterstaat,

Besluit:

Artikel

1

In deze regeling wordt verstaan onder:

a.
calibreren:

afstellen van een meetapparaat op een door de fabrikant voorgeschreven wijze;

b.
hartlijn:

de denkbeeldige lijn in het midden van de start- en landingsbaan over de totale lengte van de baan;

c.
langsslip:

de verhouding tussen de omtrekbeweging van een vrij rollend wiel en een even groot vertraagd wiel in de lengterichting van de voortbeweging, waarbij 0% langsslip een gelijke omtrekbeweging is en 100% langsslip een volledige blokkering van het vertraagde wiel;

d.
meetincrement:

afstand waarop een registratie van de mu-waarde plaats vindt;

e.
mu-waarde:

stroefheidswaarde die aangeeft of de start- en landingsbaan stroef genoeg is om veilig te gebruiken;

f.
referentiemeting:

vergelijking van het meetresultaat van een verhardingsoppervlak, met het gedeelte van het verhardingsoppervlak met minder vliegbewegingen;

g.
textuurdiepte:

de indicatie voor het waterbergend vermogen van het verhardingsoppervlak;

h.
verhardingsoppervlakken:

geprepareerde oppervlakken die als start- en landingsbaan, rijbaan en platform voor luchtvaartuigen worden gebruikt anders dan het bestaande maaiveld;

i.
wide-body vliegtuig:

breedrompvliegtuig met een afmeting tussen de wielsporen van de buitenste landingsgestellen van 9 meter of meer;

j.
zandvlekmethode:

methode voor de meting van de textuurdiepte als bedoeld in bijlage B.

Artikel

2

Artikel

3

Artikel

4

Artikel

5

Artikel

6

Artikel

7

De textuurdiepte van verharde start- en landingsbanen bedraagt direct na aanleg danwel na reconstructie daarvan of na renovatie van het verhardingsoppervlak gemiddeld ten minste 1 mm.

Artikel

8

De meetresultaten, bedoeld in de artikelen 2, 5 en 7, worden binnen 4 weken na registratie schriftelijk gemeld aan de Minister van Verkeer en Waterstaat.

Artikel

9

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel

10

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling stroefheid start- en landingsbanen.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag
De Minister van Verkeer en Waterstaat, A.Jorritsma-Lebbink

Bijlage

A

Deze bijlage behoort bij artikel 6 van de Regeling stroefheid start- en landingsbanen.

Meetvoertuig

Mu-waarden

Testsnelheid

(km/uur)

Slipratio

(%)

Banden

spanning

(kPa)

Nieuw

aanleg-

niveau

Onderhouds-

niveau

Minimum

NOTAM-

actie

(1)

(2)

(3)

(4)

(5)

(6)

(7)

Surface friction

tester of BV 11

ASTM E 1551-

band, glad

0.82

0.60

0.50

65

10-20

210

belasting 1420 N

0.74

0.47

0.34

9510-20

210

Surface friction

tester of BV 11

Aero-band

met profiel

0.70

0.50

040

65

10-20

700

belasting 1420 N

0.60

0.40

0.32

95

10-20

700

DWW-voertuig

PIARC-band glad

0.80

0.60

0.50

65

15

200

belasting 2000 N

0.60

0.40

0.32

95

15

200

Bijlage

B

Textuurdieptemeting volgens de zandvlekmethode

Deze bijlage behoort bij artikel 1 onder k van de Regeling stroefheid start-en landingsbanen

De textuurdiepte wordt beproefd op een droge, kleefvrije ondergrond die vooraf is schoongeborsteld.

Vul een cilinder met een inhoud van 23800 (± 100) mm³ en een inwendige diameter van 20 (± 1) mm geheel met vuurgedroogd rondkorrelig zand met een korrelgrootte tussen 0,125 en 0,250 mm. Strijk het teveel aan zand af met een vlakke lat. Giet vervolgens de afgepaste hoeveelheid zand uit op de plaats van de meting op het verhardingsoppervlak. Tref zonodig tijdens de proefuitvoering voorzieningen om wegwaaien van zand te voorkomen.

Verdeel het zand over het oppervlak met een platte messing schijf met een diameter van 65 (± 2) mm, aan de onderzijde bekleed met een hard rubberen schijf met een dikte van 1,5 (± 0,5) mm en aan de bovenzijde voorzien van een handgreep. Verdeel het zand door het maken van draaiende bewegingen met de messing schijf die daarbij horizontaal wordt gehouden. Bij het uitwrijven moet een cirkelvormige zandvlek ontstaan waarbij de diepten in het oppervlak worden gevuld tot de hoogste punten.

Meet vervolgens in vier richtingen, met een onderlinge hoek van 45 graden, de diameter van de zandvlek tot op 1 mm nauwkeurig.

Bereken de textuurdiepte, tot op 0,1 mm nauwkeurig, met de formule:

TD=

484800

(D1+D2+D3+D4

waarin: TD is de textuurdiepte in mm;

Di is de gemeten diameter van de zandvlek in mm.

De textuurdiepte wordt op ten minste 5 verschillende plaatsen bepaald.