Wet van 23 februari 1998 tot wijziging van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren en enige andere wetten (arbeidsvoorwaarden Rechterlijke Macht 1995/97)

Wijzigingswet Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren, enz. (arbeidsvoorwaarden Rechterlijke Macht 1995/97)

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is om in verband met de uitvoering van de Overeenkomst en de Aanvullende overeenkomst arbeidsvoorwaarden sector Rechterlijke Macht (contractperiode 1 april 1995 tot en met 31 maart 1997) de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren te wijzigen en om daarnaast enige wijzigingen in andere wetten aan te brengen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel

I

Wijzigt de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren.

Artikel

II

Wijzigt de Wet op de rechterlijke organisatie.

Artikel

III

Wijzigt de Wet van 7 september 1972 (Stb. 461).

Artikel

V

Artikel

VI

Artikel

VII

Wijzigt de Beroepswet.

Artikel

VIII

Wijzigt de Wet bestuursrechtspraak bedrijfsorganisatie.

Artikel

IX

Wijzigt de Wet op de studiefinanciering.

Artikel

X

Wijzigt de Tariefcommissiewet.

Artikel

XI

Wijzigt de Wet op de rechterlijke organisatie.

Artikel

XII

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te 's-Gravenhage
Beatrix
De Minister van Justitie, W. Sorgdrager
De Minister van Justitie, W. Sorgdrager