Regeling houdende regels als bedoeld in artikel V, vijfde lid, van de Invoeringswet nieuwe en gewijzigde arbeidsongeschiktheidsregelingen en artikel 99 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering

Regeling vrijwillige WAO-verzekering voor groepen gewezen AAW-verzekerden en vrijwillig WW-verzekerden

§

1

Algemeen

Artikel

1

Begrippen

In deze regeling wordt verstaan onder:

b.
de belanghebbende:

de persoon, op wie artikel V, tweede lid, onderdeel a of b, van de Wet van toepassing is;

d.
het loon:

het daadwerkelijk loon, dat een belanghebbende geniet en dat zonder toepassing van artikel V, tweede en derde lid, van de Wet, ten grondslag zou liggen aan een arbeids-ongeschiktheidsuitkering op grond van de WAO;

e.
jaar:

kalenderjaar.

§

2

Overgangsregeling gewezen vrijwillig AAW-verzekerden

Artikel

2

Verzoektermijn

Een verzoek als bedoeld in artikel V, tweede lid, van de Wet, wordt gedaan voor 1 juli 1998. Het verzoek wordt ingewilligd met ingang van 1 januari 1998.

Artikel

3

Wijze van vaststelling van dagloon

Het dagloon wordt voor elk jaar, vanaf het jaar 1998 tot en met het jaar 2002, berekend volgens de volgende formule:

[ (AW - L) x a/b ] + L

waarbij:

1.
AW is:

de grondslag waarnaar voor de belanghebbende de arbeidsongeschiktheidsuitkering zou zijn berekend op grond van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet, indien zijn arbeidsongeschiktheid voor 1 januari 1998 zou zijn ingetreden

2.
L is:

het loon

3.
a/b is:
  • 5/6 in het jaar 1998

  • 4/6 in het jaar 1999

  • 3/6 in het jaar 2000

  • 2/6 in het jaar 2001

  • 1/6 in het jaar 2002.

Artikel

4

Dagloonvaststelling bij tussentijdse wijziging van het loon

Artikel

5

Wijze van vaststelling van premie

De premie wordt voor elk jaar, vanaf het jaar 1998 tot en met het jaar 2002, voor de persoon op wie artikel V, tweede lid, onderdeel a, van de Wet van toepassing is, berekend volgens de volgende formule:

[ (PL - PAW) x c/d ] + PAW

waarbij

1.
PL is:

de premie die belanghebbende zonder toepassing van artikel V, tweede en derde lid, van de Wet, over zijn loon verschuldigd zou zijn uit hoofde van zijn vrijwillige verzekering op grond van de WAO

2.
PAW is:

de premie die belanghebbende uit hoofde van de vrijwillige verzekering op grond van de Alge-mene Arbeidsongeschiktheidswet in het jaar 1997 verschuldigd was

3.
c/d is:
  • 1/6 in het jaar 1998

  • 2/6 in het jaar 1999

  • 3/6 in het jaar 2000

  • 4/6 in het jaar 2001

  • 5/6 in het jaar 2002.

Artikel

6

Premievaststelling in geval van hoger dagloon

Voor de persoon, op wie uitsluitend artikel V, tweede lid, onderdeel b van de Wet van toepassing is, geldt de formule, genoemd in artikel 5, met dien verstande dat in plaats van ‘PL’ wordt gelezen ‘PBL’ waarbij:

PBL is:

de premie die de persoon zonder toepassing van artikel V, tweede en derde lid, van de Wet, verschuldigd zou zijn uit hoofde van zijn vrijwillige verzekering op grond van de WAO over het door hem op grond van artikel 84, eerste lid, van de WAO bepaalde dagloon, welk dagloon evenwel niet lager ligt dan de grondslag, bedoeld in artikel V, tweede lid, onderdeel a, van de Wet.

Artikel

7

Premievaststelling bij tussentijdse wijziging premiebedrag

Artikel

8

Dagberekening factoren

De factoren AW, L, PL, PBL en PAW, bedoeld in de artikelen 3 tot en met 7 worden berekend per dag.

Artikel

9

Toetsing van het loon

Artikel

10

Eindiging vaststelling op verzoek van belanghebbende

Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen beëindigt de vaststelling, bedoeld in artikel V, tweede lid, van de Wet tussentijds met ingang van enig kalenderjaar op een daartoe strekkend verzoek van de belanghebbende.

§

3

WAO-verzekering (gewezen) vrijwillig WW-verzekerde

Artikel

11

Vrijwillige WAO-verzekering voor vrijwillig WW-verzekerde

Artikel

12

Vrijwillige WAO-verzekering voor vrijwillig WW-gerechtigde

§

4

Slotbepalingen

Artikel

13

Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling vrijwillige WAO-verzekering voor groepen gewezen AAW-verzekerden en vrijwillig WW-verzekerden.

Artikel

14

Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 1998.

’s-Gravenhage
De Staatssecretaris voornoemd, F.H.G. deGrave