Artikel
1
Onder gebruikelijke vakantieduur, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder d, van de Algemene bijstandswet, wordt verstaan:
-
a.
voor de belanghebbende die 57,5 jaar of ouder is: 13 weken per kalenderjaar, met dien verstande dat een aaneengesloten vakantieperiode niet langer mag zijn dan 13 weken;
-
b.
voor overige belanghebbenden: 4 weken per kalenderjaar.