Wet van 26 maart 1998 tot vaststelling van regels met betrekking tot het inkomen van enkele groepen uitkeringsgerechtigden en belastingplichtigen (Wet inkomensmaatregelen 1998)

Wet inkomensmaatregelen 1998

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is een aantal maatregelen te nemen met betrekking tot het inkomen van een aantal groepen uitkeringsgerechtigden en belastingplichtigen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel

1

In afwijking van de artikelen 11 en 12 van de Wet financiering volksverzekeringen en de daarop gebaseerde regelingen wordt:

  • a.

    de premie voor de algemene ouderdomsverzekering voor de maand april 1998 vastgesteld op 23,5 procent;

  • b.

    de premie voor de algemene ouderdomsverzekering van 1 mei 1998 tot en met 31 december 1998 vastgesteld op 18,25 procent; en

  • c.

    het gemiddeld premiepercentage voor de algemene ouderdomsverzekering voor het jaar 1998 vastgesteld op 18,25.

Artikel

2

Wijzigt de wet tot wijziging van de Wet financiering volksverzekeringen houdende regels omtrent de maximering van het premiepercentage en de mogelijkheid van verstrekking van rijksbijdragen voor de algemene ouderdomsverzekering, alsmede omtrent de vorming van een Spaarfonds AOW (kamerstukken I 1997/98, nr. 25 699).

Artikel

3

Artikel

4

Wijzigt de Wet op de inkomstenbelasting 1964.

Artikel

5

Wijzigt de Wet op de loonbelasting 1964.

Artikel

6

Artikel

7

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te 's-Gravenhage
Beatrix
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, A. P. W. Melkert
De Staatssecretaris van Financiën, W. A. F. G. Vermeend
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, F. H. G. de Grave
De Minister van Justitie, W. Sorgdrager