Wet van 22 april 1998 tot wijziging van de Huursubsidiewet in verband met het aan burgemeester en wethouders toedelen van de bevoegdheid een bijzondere bijdrage in de huurlasten toe te kennen (vangnetregeling huursubsidie)

Wijzigingswet Huursubsidiewet (vangnetregeling huursubsidie)

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de Huursubsidiewet te wijzigen opdat aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid wordt toegedeeld om een bijzondere bijdrage in de huurlasten toe te kennen in categorieën van gevallen waarin het gezamenlijk inkomen van de huurder en de medebewoners voor het einde van het subsidietijdvak aanmerkelijk lager is geworden dan het rekeninkomen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL

I

Wijzigt de Huursubsidiewet.

ARTIKEL

II

Wijzigt de Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

ARTIKEL

III

Wijzigt de Algemene bijstandswet.

ARTIKEL

IV

ARTIKEL

V

De tekst van de Huursubsidiewet wordt in het Staatsblad geplaatst.

ARTIKEL

VI

Deze wet treedt in werking met ingang van 1 juli 1998, met uitzondering van artikel I, onderdeel B, dat in werking treedt met ingang van 1 oktober 1998, en met uitzondering van artikel IV, derde lid, dat in werking treedt met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin deze wet wordt geplaatst.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te 's-Gravenhage
Beatrix
De Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, D. K. J. Tommel
De Minister van Justitie, W. Sorgdrager