Regeling, houdende regels voor de aanwijzing van ambtenaren van de Scheepvaartinspectie belast met de uitoefening van havenstaatcontrole, alsmede met betrekking tot de wijze waarop deze ambtenaren hun taak ingevolge de Wet havenstaatcontrole uitoefenen

Regeling havenstaatcontrole

De Minister van Verkeer en Waterstaat,
Gelet op richtlijn nr. 95/21/EG van de Raad van de Europese Unie van 19 juni 1995, betreffende de naleving met betrekking tot schepen die gebruik maken van havens in de Gemeenschap en varen in de onder de jurisdictie van de lid-staten vallende wateren, van internationale normen op het gebied van veiligheid van schepen, voorkoming van verontreiniging en leef- en werkomstandigheden aan boord (havenstaatcontrole) (PbEG L 157) en de artikelen 5, 29 en 30 van de Wet havenstaatcontrole;

Besluit:

Artikel

1

In deze regeling wordt verstaan onder:

b.

richtlijn nr. 1999/95/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 13 december 1999 betreffende de handhaving van de bepalingen inzake de arbeidstijd van zeevarenden aan boord van schepen die havens in de Gemeenschap aandoen (PbEG 2000, L 14);

c.

richtlijn nr. 2001/25/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 4 april 2001 inzake het minimumopleidingsniveau van zeevarenden (PbEG L 136).

Artikel

2

De aanwijzing, bedoeld in artikel 1, onder k, van de wet kan plaatsvinden indien de desbetreffende ambtenaar voldoet aan tenminste de eisen van bijlage VII van de richtlijn.

Artikel

3

Het aantal jaarlijks door de ambtenaren van de Scheepvaartinspectie uitgevoerde inspecties en controles van schepen, is tenminste gelijk aan 25% van het aantal afzonderlijke schepen dat in een representatief kalenderjaar de Nederlandse havens is binnengelopen.

Artikel

4

Artikel

5

Artikel

6

Artikel

7

Door de kapitein of de exploitant van een schip wordt ten overstaan van de ambtenaar van de Scheepvaartinspectie aangetoond dat de tijdens de inspectie, nadere inspectie of controle geconstateerde tekortkomingen in overeenstemming met de verdragen worden verholpen.

Artikel

8

Artikel

8a

In de omstandigheden, bedoeld in artikel 3 van richtlijn nr. 1999/95/EG, stelt de ambtenaar van de Scheepvaartinspectie een verslag op ten behoeve van de administratie van de vlaggenstaat van het betrokken schip.

Artikel

8b

De ambtenaar van de Scheepvaartinspectie die een schip aanhoudt wegens overtreding van de internationale voorschriften inzake de arbeids- en rusttijden volgens het verdrag, genoemd in artikel 1, onderdeel b, onder 6o, van de wet, stelt daarvan, naast de personen en instanties, genoemd in artikel 8, derde lid, van de wet, tevens de exploitant van het betrokken schip in kennis en vermeldt in de kennisgeving tevens welke vereiste corrigerende maatregelen noodzakelijk zijn.

Artikel

10

Artikel

11

Artikel

14

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juni 1998.

Artikel

15

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling havenstaatcontrole

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst, met uitzondering van de bijlagen die ter inzage worden gelegd bij het Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Willem Witsenplein 6, te ’s-Gravenhage.

Den Haag
DeMinistervan Verkeer en Waterstaat, A.Jorritsma-Lebbink