Besluit van 20 mei 1998, houdende regels ter invulling van hoofdstuk 4A van de Huursubsidiewet (Besluit vangnetregeling huursubsidie)

Besluit vangnetregeling huursubsidie

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 7 april 1998, nr. MJZ98035960, Centrale Directie Juridische Zaken, Afdeling Wetgeving;
De Raad van State gehoord (advies van 23 april 1998, nr. W08.98.0139.);
Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 14 mei 1998, nr. MJZ 98045794, Centrale Directie Juridische Zaken, Afdeling Wetgeving;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Hoofdstuk

I

Algemene bepalingen

Hoofdstuk

2

Vaststelling bijzondere bijdrage in de huurlasten

§

1

Vaststelling actueel inkomen

Artikel

3

§

2

Vaststelling overige van belang zijnde feiten en omstandigheden

Artikel

4

Burgemeester en wethouders stellen, aan de hand van een door de verhuurder gedane opgave, de rekenhuur vast.

§

3

Nadere regels voor onderzoek door gemeenten

Artikel

5

Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot het onderzoek door burgemeester en wethouders van de aanvragen om een bijzondere bijdrage in de huurlasten.

§

4

Gevallen waarin geen bijzondere bijdrage in de huurlasten wordt toegekend of deze bijdrage niet nader wordt vastgesteld

Artikel

6

HOOFDSTUK

3 FINANCIËLE

AFWIKKELING GEMEENTEN – RIJK

§

1

Voorschotverlening

Artikel

7

§

2

Einddeclaratie

Artikel

8

Artikel

9

Hoofdstuk

4

Terugvordering en verrekening

Artikel

10

Burgemeester en wethouders verrekenen of vorderen geheel of gedeeltelijk de bijzondere bijdrage in de huurlasten, dan wel het daarop verstrekte voorschot terug, indien deze ten onrechte is verstrekt doordat:

  • a.

    de huurder of de medebewoners een onjuiste opgave hebben gedaan van het rekeninkomen of het netto inkomen;

  • b.

    het rekenvermogen meer bedraagt dan het toepasselijke bedrag, genoemd in artikel 15, eerste lid, van de wet;

  • c.

    de huurder een onjuiste opgave van de huurprijs heeft gedaan of

  • d.

    de huurder een onjuiste opgave van de samenstelling van het huishouden, aanwezige medebewoners of onderhuurders heeft gedaan.

Hoofdstuk

5

Wijziging van het huursubsidiebesluit

Artikel

11

Wijzigt het Huursubsidiebesluit.

Hoofdstuk

6

Slotbepalingen

Artikel

12

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 juli 1998.

Artikel

13

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit vangnetregeling huursubsidie.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

's-Gravenhage
Beatrix
De Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, D. K. J. Tommel
De Minister van Justitie a.i., H. F. Dijkstal

Bijlage

bij artikel 9, tweede lid, van het besluit vangnetregeling huursubsidie

Accountantsverklaring

Opdracht

Ingevolge artikel 26f, derde lid, van de Huursubsidiewet hebben wij de bijgevoegde door ons gewaarmerkte einddeclaratie Vangnetregeling huursubsidie over het subsidiejaar ... van de gemeente ... gecontroleerd. Deze einddeclaratie is opgesteld onder verantwoordelijkheid van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente. Het is onze verantwoordelijkheid een accountantsverklaring bij de einddeclaratie te verstrekken.

Werkzaamheden

Onze controle is verricht overeenkomstig algemeen aanvaarde richtlijnen met betrekking tot controleopdrachten en met inachtneming van het onderstaande accountantsprotocol en het accountantsprotocol vangnetregeling huursubsidie dat door het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer aan de gemeenten is verstrekt. Volgens deze richtlijnen dient onze controle zodanig te worden gepland en uitgevoerd, dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen dat de einddeclaratie geen onjuistheden van materieel belang bevat. Een controle omvat onder meer een onderzoek door middel van deelwaarnemingen van informatie ter onderbouwing van de bedragen in de einddeclaratie. Wij zijn van mening dat onze controle een deugdelijke grondslag vormt voor ons oordeel.

Oordeel

Wij zijn van oordeel dat:

  • de in de einddeclaratie opgenomen gegevens juist en volledig zijn weergegeven

  • de bepalingen van de Huursubsidiewet, het Besluit vangnetregeling huursubsidie alsmede de door de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer vastgestelde nadere regelgeving zijn nageleefd.

(plaats, datum)

(naam accountant en ondertekening)

Accountantsprotocol

1. De accountantsverklaring wordt afgegeven met als doel de vaststelling van de rechtmatige naleving door de gemeente van de voorschriften ingevolge hoofdstuk 4 A van de Huursubsidiewet, de ten laste van de gemeente gebleven kosten en de deugdelijkheid van de door de gemeente verstrekte gegevens.

2. Aan de hand van de einddeclaratie, bedoeld in artikel 26f, derde lid, van de Huursubsidiewet controleert de deskundige, bedoeld in hetzelfde artikellid, daartoe in elk geval of :

  • a.

    de toegekende bijdragen en de afgewezen aanvragen in overeenstemming zijn met de gestelde voorwaarden in de Huursubsidiewet, het Besluit vangnetregeling huursubsidie en de door de minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer vastgestelde nadere regelgeving;

  • b.

    de opgave van verstrekte en terugontvangen bijdragen juist en volledig is;

  • c.

    de daarmee verband houdende gedeclareerde vergoeding voor de uitvoeringskosten juist en volledig is;

  • d.

    de opzet, het bestaan en de werking van de administratieve organisatie en interne controle voldoet aan de gestelde eisen, bedoeld in het Besluit vangnetregeling huursubsidie.

3. Er wordt een rapport van bevindingen opgesteld, waarin de accountant in ieder geval zijn oordeel geeft over het door de gemeente gevoerde beleid op het terrein van misbruik en oneigenlijk gebruik. Ook worden afwijkingen van het hierboven vermelde in het tweede lid in een rapport bij de accountantsverklaring tot uitdrukking gebracht.

4. Een accountantsverklaring met goedkeurende strekking wordt opgesteld overeenkomstig het toepasselijke bij dit protocol behorende model.

4. De verklaring heeft uitsluitend een goedkeurende strekking voorzover, naar het oordeel van de deskundige, bedoeld in artikel 26f, derde lid, van de wet, de som van de fouten bij de uitbetalingen van bijzondere bijdragen in de huurlasten niet meer bedraagt dan:

  • a.

    indien het totale bedrag van de in het subsidiejaar uitbetaalde bijzondere bijdragen in de huurlasten meer dan € 907 560,43 bedraagt: 2% van het uitbetaalde bedrag;

  • b.

    indien dat bedrag meer dan € 453 780,22 bedraagt, doch € 907 560,43 of minder bedraagt: 3% van het uitbetaalde bedrag;

  • c.

    indien dat bedrag meer dan € 226 890,11 bedraagt, doch € 453 780,22 of minder bedraagt: 4% van het uitbetaalde bedrag;

  • d.

    indien dat bedrag meer dan € 113 445,05 bedraagt, doch € 226 890,11 of minder bedraagt: 5% van het uitbetaalde bedrag;

  • e.

    indien dat bedrag meer dan € 45 378,02 bedraagt, doch € 113 445,05 of minder bedraagt: 6% van het uitbetaalde bedrag, of

  • f.

    indien dat bedrag € 45 378,02 of minder bedraagt: 10% van het uitbetaalde bedrag.

5. Een accountantsverklaring die geen goedkeurende strekking heeft, sluit zo veel mogelijk aan op de in dat model gegeven indeling en wordt ingericht met inachtneming van de door het Koninklijk Nederlands Instituut van Registeraccountants vastgestelde gedrags- en beroepsregels voor registeraccountants, dan wel van de door de Nederlandse Orde van Accountants-Administratieconsulenten vastgestelde gedrags- en beroepsregels voor accountants-administratieconsulenten.