Regeling geprivilegieerde post verpleegden

De Minister van Justitie,
Gezien het advies van de Centrale Raad voor Strafrechtstoepassing van 10 februari 1998, nr. 6798742/98;

Besluit:

Artikel

2

Algemeen

Het hoofd van de inrichting is uitsluitend bevoegd de enveloppen van brieven als bedoeld in artikel 36, eerste lid, van de wet, te openen ter controle op bijgesloten voorwerpen, op de wijze als hieronder bepaald.

Artikel

3

Brieven afkomstig van personen/instanties genoemd in artikel 36, eerste lid, van de wet

Artikel

4

Brieven aan personen/instanties genoemd in artikel 36, eerste lid, van de wet

Artikel

5

Overgangsbepaling

Niet langer van toepassing op verpleegden zijn:

De regeling ’contacten met de buitenwereld’, Code: -1.873.2:07.125, Kenmerk: Gevangeniswezen Nr. 510/378 van 8 juni 1978; de regeling ’wijziging van de bepalingen inzake de controle op de briefwisseling van en met gedetineerden -1.873.2.-026.2’, kenmerk D.G.J.D. Nr. 141/384 van 3 april 1984; de regeling ’inzien van enveloppen en brieven van de raadsman’, Code: -1.873.2-26.2, kenmerk Dir. Gevangeniswezen Nr. 791/385 van 26 september 1985.

Artikel

6

Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking op met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel

7

Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling geprivilegieerde post verpleegden.

Deze regeling zal (met de toelichting) in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Justitie, W.Sorgdrager