Artikel
1
In deze regeling en de daarbij behorende bijlage wordt verstaan onder:
Minister van Verkeer en Waterstaat;
de provincies en regionale openbare lichamen op, naar of van wier grondgebied een regionale treindienst wordt gereden;
Besluit:
In deze regeling en de daarbij behorende bijlage wordt verstaan onder:
Minister van Verkeer en Waterstaat;
de provincies en regionale openbare lichamen op, naar of van wier grondgebied een regionale treindienst wordt gereden;
Deze regeling is van toepassing op openbaar vervoer met de regionale treindiensten, vermeld in bijlage 1 bij deze regeling.
De minister kan op aanvraag van de decentrale overheid overeenkomstig artikel 77 van de wet een financiële bijdrage verstrekken voor de exploitatie van regionale treindiensten.
In afwijking van artikel 4:21, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht is titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing op de bijdrage voor regionale treindiensten.
De bijdrage wordt slechts verleend indien:
de decentrale overheid een opdracht voor het openbaar vervoer per regionale treindienst openbaar heeft aanbesteed, of
de decentrale overheid een opdracht voor het openbaar vervoer per regionale treindienst onderhands aan een vervoerder, niet zijnde de vervoerder die op het tijdstip van inwerkingtre-ding van deze regeling op betreffend traject openbaar vervoer per trein verricht, heeft verleend en dit vervoer naar het oordeel van de minister in vervoerkundig opzicht meerwaarde heeft in vergelijking met het vervoer per trein dat voorafgaande aan de opdrachtverlening op het traject werd verricht.
Vervallen
De bijdrage wordt jaarlijks ambtshalve vastgesteld zo spoedig mogelijk na afloop van het jaar waarop de bijdrage betrekking heeft. Onverminderd artikel 4:46, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht kan de bijdrage gewijzigd worden vastgesteld indien de lonen en prijzen in het jaar waarop de bijdrage betrekking heeft zijn veranderd.
De minister kan voorschotten verlenen aan de decentrale overheid aan wie een bijdrage is verleend.
De betaling van de voorschotten geschiedt in dertien maandelijkse termijnbedragen, waarbij in de maand april twee termijnbedragen worden betaald, met uitzondering van het geval waarin artikel 4. tweede lid, wordt toegepast, in welk geval de voorschotten in maandelijkse termijnen over resterende periode tot het einde van het jaar worden verleend.
In afwijking van de artikelen 4, eerste lid, en 7 kan de minister de bijdrage zonder voorafgaande verlening vaststellen voor aanvang van het jaar waarop de bijdrage betrekking heeft. De artikelen 4, tweede lid, 5 en 6 zijn van overeenkomstige toepassing.
Bij toepassing van het eerste lid wordt de bijdrage in afwijking van artikel 8, eerste lid, betaald overeenkomstig artikel 8, derde lid.
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling experimenten regionale treindiensten.
Deze regeling zal met toelichting en de bijlage in de Staatscourant worden geplaatst.
De regeling betreft de volgende treindiensten, waarbij een of meer tussen de genoemde vertrek- of eindhaltes gelegen tussenhaltes worden bediend.
Leeuwarden - Harlingen
Leeuwarden - Stavoren
Groningen - Roodeschool
Groningen - Delfzijl
Groningen - Nieuweschans
Doetinchem - Winterswijk
Zutphen - Winterswijk
Almelo - Mariënberg
Arnhem-Doetinchem
Enschede-Glanerbrug.