Uitvoeringsregeling inlenersaansprakelijkheid

De Staatssecretaris van Financiën en de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

Besluiten:

Artikel

1

Reikwijdte en begripsbepalingen

Artikel

2

Voorwaarden medewerking totstandkoming g-rekeningovereenkomst

De ontvanger en het Uitvoeringsinstituut verlenen hun medewerking aan het tot stand komen van een g-rekeningovereenkomst slechts op schriftelijk verzoek van de uitlener en mits die uitlener zijn bedrijf uitsluitend of nagenoeg uitsluitend maakt van het tegen vergoeding uitlenen van personeel dan wel, naar redelijkerwijs mag worden aangenomen, op korte termijn die hoedanigheid zal verwerven.

Artikel

3

Weigering medewerking

De ontvanger en het Uitvoeringsinstituut weigeren hun medewerking aan het tot stand komen van een g-rekeningovereenkomst indien:

  • a.

    met de uitlener reeds een g-rekeningovereenkomst is gesloten, tenzij deze aannemelijk maakt dat het gebruik maken van meer dan één g-rekening voor zijn bedrijfsvoering noodzakelijk is;

  • b.

    gegronde vrees bestaat dat onjuist gebruik van de g-rekening zal worden gemaakt.

Artikel

4

Bewaren g-rekeningovereenkomst

Het oorspronkelijke, door alle in artikel 1, tweede lid, onderdeel m, bedoelde partijen getekende, exemplaar van de g-rekeningovereenkomst wordt door de in dat onderdeel bedoelde kredietinstelling bewaard zolang de g-rekening in stand blijft, doch in ieder geval gedurende zeven jaren. De instelling verschaft de andere partijen een kopie daarvan. Met betrekking tot de eerste volzin is artikel 52, vijfde en zesde lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen van overeenkomstige toepassing.

Artikel

5

Vereisten vrijwarende betaling

Een betaling die wordt verricht op een g-rekening wordt voor de toepassing van de artikelen 34, derde lid, van de Invorderingswet en 16a, vierde lid, van de Coördinatiewet slechts in aanmerking genomen voorzover:

  • a.

    de factuur welke de uitlener ter zake van de door hem aan de inlener geleverde prestatie of prestaties heeft doen toekomen voldoet aan de eisen welke de Wet op de omzetbelasting 1968 daaraan stelt alsmede de vermelding bevat van het tijdstip waarop de overeenkomst is gesloten ingevolge welke de uitlener de gefactureerde prestatie of prestaties heeft verricht, voorzover aanwezig tevens van het nummer of kenmerk van die overeenkomst, en van het tijdvak of de tijdvakken waarin de uitlener de gefactureerde prestatie of prestaties heeft verricht;

  • b.

    die betaling vergezeld gaat van de vermelding van het nummer van de desbetreffende factuur, voorzover toepasselijk tevens van een ander onderscheidend op die factuur vermeld kenmerk, welk nummer, of welk nummer en aanvullend kenmerk tezamen, een uniek identificatiegegeven vormt waarmee die factuur terstond of vrijwel terstond kan worden teruggevonden in de administratie van de inlener;

  • c.

    de administratie van de inlener voorts zodanig is ingericht en zodanig wordt gevoerd dat daarin terstond of vrijwel terstond tevens kan worden teruggevonden:

    • 1º.

      de overeenkomst of de inhoud daarvan, ingevolge welke de uitlener de in onderdeel a bedoelde prestatie of prestaties heeft verricht;

    • 2º.

      gegevens inzake de nakoming van die overeenkomst met inbegrip van, naar de eisen van het bedrijf van de inlener, een registratie van de personen die zijn ingeleend en van de dagen waarop en de uren gedurende welke die personen werkzaamheden hebben verricht in verband waarmee voor de inlener aansprakelijkheid bestaat ingevolge de artikelen 34 van de Invorderingswet en 16a van de Coördinatiewet;

    • 3º.

      de betalingen die in verband met de nakoming van vorenbedoelde overeenkomst zijn gedaan.

Artikel

6

Bescherming te goeder trouw zijnde inlener

Indien een inlener een arbeidskracht inleent van een natuurlijke of rechtspersoon die niet de werkgever of de inhoudingsplichtige voor de loonbelasting is van deze arbeidskracht, doch die inlener niet weet of behoort te weten dat dit het geval is, worden de betalingen van die inlener op de g-rekening van die persoon voor de toepassing van de artikelen 34, derde lid, van de Invorderingswet en 16a, vierde lid, van de Coördinatiewet in aanmerking genomen als waren zij verricht op de g-rekening van de uitlener.

Artikel

7

Doorstorting

Een betaling ten laste van het saldo van een g-rekening aan een ander dan de ontvanger of het Uitvoeringsinstituut wordt niet aangemerkt als een betaling welke in mindering komt op het bedrag aan loonbelasting en - voorzover toepasselijk - omzetbelasting, onderscheidenlijk premie, waarvoor in eerste aanleg aansprakelijkheid is ontstaan als bedoeld in de artikelen 34, derde lid, van de Invorderingswet en 16a, vierde lid, van de Coördinatiewet.

Artikel

8

Verdeling tussen ontvanger en Uitvoeringsinstituut bij uitwinning pandrecht en andere acties voor gezamenlijke rekening

Artikel

9

Grenzen aansprakelijkstelling

Artikel

10

Deblokkeringsverzoek

Artikel

11

Opzegging

Na opzegging van de g-rekeningovereenkomst blijft die overeenkomst niettemin van toepassing op het saldo van de desbetreffende g-rekening ten tijde van de opzegging, alsmede op hetgeen nadien op die rekening wordt gestort, een en ander voorzover daardoor geen strijdigheid ontstaat met de gevolgen die rechtens zijn verbonden aan het in staat van faillissement verklaren van de rekeninghouder of het hem verlenen van surséance van betaling.

Een betaling die wordt verricht op een rekening welke oorspronkelijk is geopend ingevolge een g-rekeningovereenkomst doch met betrekking waartoe een opzegging van die overeen- komst van kracht is geworden, wordt niet aangemerkt als een betaling welke in mindering komt op het bedrag aan loonbelasting en - voorzover toepasselijk - omzetbelasting, onderscheidenlijk premie, waarvoor in eerste aanleg aansprakelijkheid is ontstaan als bedoeld in de artikelen 34, derde lid, van de Invorderingswet en 16a, vierde lid, van de Coördinatiewet, tenzij die betaling deel is gaan uitmaken van het saldo op die rekening of het gedeelte van dat saldo op die rekening waarop, ondanks die opzegging, ingevolge het vierde lid het in artikel 1, tweede lid, onderdeel l, bedoelde pandrecht is komen te rusten.

Artikel

12

Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van het tijdstip waarop de artikelen 16 en 17 van de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs in werking treden en vindt voor het eerst toepassing met betrekking tot loonbelasting, omzetbelasting en premie, waarvoor aansprakelijkheid is ontstaan ingevolge de artikelen 34 van de Invorderingswet en 16a van de Coördinatiewet op of na het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling.

Artikel

13

Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Uitvoeringsregeling inlenersaansprakelijkheid.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Financiën, W.A.Vermeend
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, F.H.G. deGrave

Bijlage

G-rekeningovereenkomst inlenersaansprakelijkheid

De ondergetekenden:

  • ....... (naam),........ (adres, postcode en woon- of vestigingsplaats), ingeschreven in het Handelsregister bij de Kamer van Koophandel en Fabrieken te .......... onder nummer ............., verder te noemen de rekeninghouder;

  • het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in hoofdstuk 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, verder te noemen het Uitvoeringsinstituut;

  • de ontvanger der rijksbelastingen, verder te noemen de ontvanger;

  • de ......... (naam van de kredietinstelling), ....... (adres, postcode en vestigingsplaats) ........, verder te noemen de kredietinstelling.

Overwegende:

  • dat de rekeninghouder inhoudingsplichtige is in de zin van de Wet op de loonbelasting 1964 en als zodanig bij de ontvanger bekend staat onder nummer ...... en/of werkgever is in de zin van de Coördinatiewet Sociale Verzekering (CSV) en als zodanig bij het Uitvoeringsinstituut bekend staat onder nummer ........., en dat de rekeninghouder voor de heffing van omzetbelasting bij de ontvanger bekend staat onder nummer ......;

  • dat de rekeninghouder bij de kredietinstelling een rekening wenst te openen, waarvan de saldi, behoudens de in punt 5 van deze overeenkomst voorziene uitzondering, uitsluitend bestemd zijn voor betalingen als bedoeld in de artikelen 34, derde lid, van de Invorderingswet 1990 en 16a, vierde lid, van de CSV;

  • dat het, teneinde te bewerkstelligen dat de saldi van die rekening daadwerkelijk zullen dienen tot vorenbedoelde betalingen, noodzakelijk is dat de saldi noch door middel van verrekening, noch door middel van beslag, noch anderszins, zullen kunnen worden gebruikt voor andere betalingen dan vorenbedoeld;

  • dat het in verband met het vorenstaande noodzakelijk is dat de saldi van die rekening worden verpand aan de ontvanger en het Uitvoeringsinstituut gezamenlijk.

Zijn overeengekomen als volgt:

  • 1.

    De rekeninghouder opent hierbij een geblokkeerde rekening (g-rekening) bij de kredietinstelling onder nummer ...... .

  • 2.

    De rekeninghouder verklaart dat de saldi van de g-rekening hierbij in eerste onderpand worden gegeven aan de ontvanger en het Uitvoeringsinstituut gezamenlijk voor hetgeen zij nu of te eniger tijd van hem te vorderen hebben of zullen krijgen ter zake van de verschuldigde belasting, bedoeld in artikel 34, eerste lid, van de Invorderingswet 1990, en aan premie en voorschotpremie als bedoeld in artikel 16a, eerste lid, van de CSV, een en ander voorzover verband houdende met door hem aan derden ter beschikking gestelde werknemers waarvoor hij ingevolge de Wet op de loonbelasting 1964 als inhoudingsplichtige en in verband waarmee hij, voorzover toepasselijk, voor de Wet op de omzetbelasting 1968 als ondernemer wordt aangemerkt en/of waarvoor hij als werkgever in de zin van de CSV wordt aangemerkt, een en ander met dien verstande dat de rente die de kredietinstelling over die saldi vergoedt op een andere rekening van de rekeninghouder zal worden gecrediteerd.

  • 3.

    De in punt 2 bedoelde verpanding zal geacht worden te zijn geëffectueerd telkens op het moment dat bedragen op de g-rekening worden gecrediteerd.

  • 4.

    De kredietinstelling verklaart in verband met het vorenstaande afstand te doen van haar recht op verrekening, van pand of enig ander recht dat afbreuk zou kunnen doen aan het ten behoeve van de ontvanger en het Uitvoeringsinstituut gevestigde pandrecht.

  • 5.

    Betalingen ten laste van de g-rekening, andere dan die, bedoeld in de beweegreden van deze overeenkomst en andere dan terugstortingen als bedoeld in punt 8, zullen slechts geschieden na daartoe ontvangen schriftelijke machtiging van de ontvanger of het Uitvoeringsinstituut.

  • 6.

    De rekeninghouder verleent hierbij aan de ontvanger en het Uitvoeringsinstituut gezamenlijk volmacht tot inning van de saldi van de g-rekening alsmede tot verrekening van het aldus geïnde met al hetgeen zij nu of te eniger tijd van hem te vorderen hebben of zullen krijgen ter zake van de in punt 2 bedoelde belasting en premie.

  • 7.

    De rekeninghouder verplicht zich hierbij tegenover de ontvanger en het Uitvoeringsinstituut om in geval van faillissement, aanvraag tot surséance van betaling en in het algemeen bij opschorting van zijn betalingen uiterlijk binnen drie dagen mededeling te doen van het saldo van de g-rekening.

  • 8.

    De rekeninghouder verplicht zich hierbij tegenover de ontvanger en het Uitvoeringsinstituut om in het geval dat op zijn g-rekening vanaf een andere g-rekening een bedrag wordt gestort, dit bedrag onmiddellijk terug te storten op de g-rekening van de storter, opdat de ontvanger en het Uitvoeringsinstituut op dit bedrag jegens de storter hun pandrecht kunnen doen gelden. Indien dit laatste niet of niet meer mogelijk is omdat de storter inmiddels in staat van faillissement is verklaard dan wel aan hem surséance van betaling is verleend, verplicht de rekeninghouder zich om, in afwijking in zoverre van de vorige volzin, dat bedrag onder vermelding van de herkomst over te maken aan de ontvanger of het Uitvoeringsinstituut.

  • 9.

    De rekeninghouder verplicht zich hierbij tegenover de ontvanger en het Uitvoeringsinstituut om opdrachten tot betaling ten laste van de g-rekening slechts op één aangifte of één belastingaanslag, onderscheidenlijk slechts op één premienota betrekking te doen hebben.

  • 10.

    De kredietinstelling verklaart in verband met de in punt 8 omschreven plicht tot terugstorten op de daadwerkelijke terugstortingen punt 4 overeenkomstig te zullen toepassen.

  • 11.

    In de administratie van de kredietinstelling worden bij betalingen ten gunste van de g-rekening de gegevens vastgelegd zoals deze op de desbetreffende betalingsopdrachten zijn vermeld. Hetzelfde geldt voor de gegevens die bij betalingen ten laste van de g-rekening op de betalingsopdrachten zijn vermeld.

  • 12.

    De kredietinstelling zal de ontvanger en het Uitvoeringsinstituut op een afzonderlijk tussen hen overeen te komen wijze regelmatig op de hoogte houden van alle gegevens die op de g-rekening betrekking hebben. De rekeninghouder verklaart zich met deze gegevensuitwisseling akkoord.

Aldus overeengekomen en getekend te ....... op .......

De rekeninghouder,

De ontvanger,

voor deze,

Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen,

voor deze,

De kredietinstelling,