Wet van 1 juli 1998 tot wijziging van de Wet educatie en beroepsonderwijs en enkele andere onderwijswetten in verband met decentralisatie van de wachtgelduitgaven (Regeling decentralisatie wachtgelduitgaven bve)

Wijzigingswet Wet educatie en beroepsonderwijs (Regeling decentralisatie wachtgelduitgaven bve)

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is om in het veld van de educatie en het beroepsonderwijs de wachtgelduitgaven te decentraliseren en dat het tevens wenselijk is de vermindering van de rijksbijdragen op grond van de Tijdelijke wet arbeidsbemiddeling onderwijs stop te zetten in het primair onderwijs, het voortgezet onderwijs en in het veld van de educatie en het beroepsonderwijs en dat het met het oog daarop noodzakelijk is onder meer de Wet educatie en beroepsonderwijs aan te passen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL

I

WIJZIGING WEB

Wijzigt de Wet educatie en beroepsonderwijs.

ARTIKEL

IA

TIJDELIJKE MINISTERIËLE REGELING VERMINDERING RIJKSBIJDRAGE

ARTIKEL

II

STOPZETTEN VERMINDERING RIJKSBIJDRAGEN OP GROND VAN DE TIJDELIJKE WET ARBEIDSBEMIDDELING ONDERWIJS IN HET PRIMAIR ONDERWIJS, HET VOORTGEZET ONDERWIJS EN HET BEROEPSONDERWIJS EN DE VOLWASSENENEDUCATIE

In afwijking van artikel 19 van de Tijdelijke wet arbeidsbemiddeling onderwijs zoals luidend op 31 december 1995 en in afwijking van artikel XII van de wet van 9 maart 1995, houdende wijziging van enkele onderwijswetten in verband met de budgettering van ten laste van het Rijk komende werkloosheidsuitkeringen of herplaatsingswachtgelden in het onderwijs, alsmede de instelling van een participatiefonds ten behoeve van de beheersing van de werkloosheidsuitkeringen of herplaatsingswachtgelden (budgettering wachtgelden en instelling participatiefonds; Stb. 1995, 155) heeft de toepassing van de artikelen uit eerstgenoemde wet inzake een vermindering van de rijksvergoeding betrekking op de periode tot 1 augustus 1998.

ARTIKEL

III

OVERGANGSBEPALING AANHANGIGE BEROEPEN

ARTIKEL

IV

OVERGANGSBEPALING VERSLAG PARTICIPATIEFONDS WACHTGELDEN

ARTIKEL

V

AFHANDELING LIGGENDE AANVRAGEN PARTICIPATIEFONDS WACHTGELDEN

De rechtspersoon, bedoeld in artikel 4.4.2, eerste lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs, zoals luidend op 31 juli 1998:

  • a.

    handelt aanvragen als bedoeld in artikel 2.5.8, derde lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs, zoals luidend op 31 juli 1998, die betrekking hebben op ontslagen die uiterlijk op 31 juli 1998 worden geëffectueerd, af volgens de op 31 juli 1998 ter zake geldende regels;

  • b.

    laat aanvragen als bedoeld in onderdeel a die voor 1 augustus 1998 zijn ingediend en betrekking hebben op ontslagen die na 31 juli 1998 worden geëffectueerd, buiten verdere behandeling.

ARTIKEL

VI

BEPALING SALDO ONTVANGSTEN EN UITGAVEN PARTICIPATIEFONDS WACHTGELDEN; BEËINDIGING RIJKSVERGOEDING TEN BEHOEVE VAN BIJDRAGEN

ARTIKEL

VII

OVERGANGSBEPALING STOPZETTEN VERMINDERING RIJKSBIJDRAGEN

ARTIKEL

VIII

INWERKINGTREDING

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te 's-Gravenhage
Beatrix
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, J. M. M. Ritzen
De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, J. J. van Aartsen
De Minister van Justitie, W. Sorgdrager