Artikel
1
De ambtenaren van de Scheepvaartinspectie, bedoeld in artikel 10 van de Scheepvaartwet, zijn bevoegd tot:
-
a.
het beoordelen van aanvragen om een aanwijzing op grond van artikel 20, tweede lid, van de Arbeidsomstandighedenwet 1998 ten behoeve van het certificeren van hijs- en hefwerktuigen en hijs- en hefgereedschappen aan boord van schepen en het adviseren van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid ten aanzien van het verlenen van een dergelijke aanwijzing;
-
b.
het houden van toezicht op de naleving, waaronder begrepen de medewerking aan en de uitvoering van het bepaalde bij of krachtens artikel 20, derde lid, van de Arbeidsomstandig-hedenwet 1998 ten aanzien van de in het eerste lid bedoelde aanwijzing.
Zij kunnen zonodig ten behoeve van deze taken met betrekking tot de hijs- en hefwerktuigen en hijs-en hefinrichtingen onderzoek verrichten aan boord van schepen.