Artikel
1
De ambtenaren van de Scheepvaartinspectie, bedoeld in artikel 10 van de Scheepvaartwet, zijn bevoegd tot:
-
a.
het beoordelen van aanvragen om een aanwijzing op grond van artikel 20, tweede lid, van de Arbeidsomstandighedenwet ten behoeve van het certificeren van hijs- en hefwerktuigen en hijs- en hefgereedschappen aan boord van schepen en het adviseren van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid ten aanzien van het verlenen van een dergelijke aanwijzing;
-
b.
het houden van toezicht op de naleving, waaronder begrepen de medewerking aan en de uitvoering van het bepaalde bij of krachtens artikel 20, derde lid, van de Arbeidsomstandighedenwet ten aanzien van de in het eerste lid bedoelde aanwijzing.
Zij kunnen zonodig ten behoeve van deze taken met betrekking tot de hijs- en hefwerktuigen en hijs-en hefinrichtingen onderzoek verrichten aan boord van schepen.