de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen;
c.
project:
het project taakverlichting, dat voortvloeit uit het rapport ’Vergrijzing in het onderwijs in Nederland en bij de buren. Een zoektocht naar oplossingen’, bedoeld in Uitleg, 1998, nr.1, pag.17;
het deel van de instelling dat is aangemeld voor deelname aan het project;
g.
formatie:
het in bijlage 1 bij deze regeling vermelde aantal formatieplaatsen van de instelling of unit;
h.
gpl:
de gemiddelde personeelslast voor onderwijzend personeel, f 97.459,20, met inachtneming van de eventuele verhoging op grond van artikel 2, zevende lid;
i.
52-plusinstelling:
de instelling die is aangemerkt als 52-plusinstelling op grond van artikel 3, derde lid;
j.
EOP-instelling:
de instelling die is aangemerkt als EOP-instelling op grond van artikel 3, derde lid;
De minister kent gedurende de subsidieperiode, per kalenderjaar, aan de in artikel 3, derde lid, bedoelde selectie van instellingen of units, een subsidie toe ten behoeve van het project.
2
De subsidieperiode voor de subsidie, bedoeld in het vierde lid, vangt aan op 1 augustus 1998 en eindigt op 31 juli 2000.
3
Het bedrag van de subsidie wordt jaarlijks door de minister bij beschikking tot subsidieverlening verleend.
4
De subsidie bedraagt een tiende deel van de formatie, die bezet wordt door personeelsleden met docerende taken die op de peildatum 1 augustus 1998 tweeNnvijftig jaar of ouder zijn, vermenigvuldigd met de gpl, en berekend naar evenredigheid van het aantal maanden van het betreffende kalenderjaar dat het project wordt uitgevoerd.
5
In verband met de wachtgelduitgaven van de instelling die mogelijk het gevolg zijn van aanstelling van personeel in het kader van het project, ontvangt de instelling een bijdrage. Deze bijdrage wordt berekend door het in het vierde lid bedoelde totaalbedrag over de jaren 1998, 1999 en 2000 voor alle in het kader van deze regeling aan het project deelnemende instellingen, voor de jaren 2000, 2001, 2002, 2003 en 2004 te vermenigvuldigen met respectievelijk 7,68%, 15,56%, 8,98%, 4,14% en 1,03%, en te vermenigvuldigen met het in procenten uitgedrukte aandeel van de betreffende instelling in het project.
6
De minister verleent de subsidie, bedoeld in het vierde lid, uiterlijk acht weken nadat het activiteitenplan van de instelling, bedoeld in artikel 4:61, van de Awb, aan de minister is gezonden.
7
De gpl kan door de minister in de jaren 1999 en 2000 worden aangepast wegens uit de rijksbegroting voortvloeiende maatregelen.
8
De minister verleent de subsidie, bedoeld in het vijfde lid, in achtereenvolgens de jaren 2000, 2001, 2002, 2003 en 2004.
9
Voor de jaren 2002 tot en met 2004 stelt de minister de bijdrage, bedoeld in het vijfde lid, vast in een bedrag in euro door de uitkomst van de daar beschreven berekening te delen door 2,20371 en de uitkomst daarvan rekenkundig af te rondenop twee cijfers achter de komma.
Artikel
3
Selectie
1
Het onderzoeksbureau beoordeelt de aanvragen van de instellingen of units die haar uiterlijk 28 februari 1998 zijn toegezonden op grond van:
a.
de geografische spreiding;
b.
de leeftijdsopbouw van het personeel van de instelling of unit;
c.
de aanwezigheid van onderwijsondersteunende faciliteiten bij de instelling of unit;
d.
de voor het onderzoek relevante onderscheidende kenmerken van de instelling of unit;
e.
het minimum aantal deelnemers van de instelling of unit, en
f.
het aantal personeelsleden met docerende taken dat op 1 augustus 1998 tweeënvijftig jaar of ouder is.
2
Het onderzoeksbureau adviseert met inachtneming van het eerste lid de mi- nister over een voor het onderzoek relevante selectie van instellingen of units.
3
De minister beslist uiterlijk 30 juni 1998 over de selectie van instellingen of units die voor toepassing van artikel 2 in aanmerking komt en geeft daarbij tevens aan of de instelling of unit wordt aangemerkt als 52-plusinstelling of EOP-instelling.
in afwijking van artikel 4:60, de aanvraag door het bevoegd gezag van de instelling geacht wordt te zijn ingediend voorafgaand aan de in artikel 1, onderdeel e, bedoelde selectie;
b.
het activiteitenplan en de begroting jaarlijks uiterlijk 1 mei van het studiejaar waarin de activiteiten zullen plaatsvinden worden ingediend;
c.
de artikelen 4:64 en 4:71 niet van toepassing zijn;
d.
artikel 4:65 van overeenkomstige toepassing is op subsidies en bekostiging, die door de minister aan de instelling worden verstrekt;
e.
het bepaalde met betrekking tot het activiteitenverslag, bedoeld in artikel 4:80, niet van toepassing is;
f.
het in artikel 4:75 bedoelde financieel verslag wordt opgenomen als bijlage bij de jaarrekening van de instelling, waarvan de in artikel 4:78 bedoelde accountantsverklaring onderdeel uitmaakt.
Artikel
5
Aanvullende subsidievoorwaarden voor de 52-plusinstelling
1
Het activiteitenplan van de 52-plusinstelling voorziet in vermindering van tien procent van de werkzaamheden binnen de aanstellingsomvang van personeelsleden met docerende taken, die op 1 augustus 1998 tweeënvijftig jaar of ouder waren.
2
De subsidie heeft betrekking op vergoeding van de aanstelling van personeel tot ten hoogste het bedrag, bedoeld in artikel 2, vierde lid.
Artikel
6
Aanvullende subsidievoorwaarden voor de EOP-instelling
1
Het bevoegd gezag van de EOP-instelling wendt de subsidie aan voor de aanstelling van personeel in een of meer van de in bijlage 2 genoemde functiecategorieën ter ondersteuning van het personeel in de desbetreffende instelling of unit.
2
De subsidie heeft betrekking op vergoeding van de aanstelling van ondersteunend personeel tot ten hoogste het bedrag, bedoeld in artikel 2, vierde lid.
Artikel
7
Algemene subsidievoorwaarde
Het bevoegd gezag van de instelling verleent alle medewerking aan het project en verstrekt aan het in artikel 1, onderdeel d, bedoelde onderzoeksbureau alle noodzakelijk geachte gegevens.
Artikel
8
Begrotingsvoorbehoud
1
Subsidieverlening geschiedt onder de voorwaarde dat bij de vaststelling of goedkeuring van de begroting van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen voldoende gelden ter beschikking worden gesteld.
2
Bij het niet vervullen van de voorwaarde worden de op grond van artikel 2 verleende subsidiebedragen verlaagd tot het bedrag van de subsidie dat na de vaststelling of goedkeuring van de begroting van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen ter beschikking staat, een en ander naar rato van het aantal subsidieaanvragers aan wie subsidie is verleend en van de hoogte van de verleende subsidiebedragen.
Artikel
9
Bekendmaking
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Artikel
10
Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 augustus 1998.
Artikel
11
Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling ten behoeve van het project professionalisering takenpakket onderwijspersoneel.
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, J.M.M.Ritzen
Bijlage
I
Geselecteerde scholen Beroepsonderwijs en volwasseneneducatie
Noorderpoort-
college
VE
Groningen
5,5
52 plus
ROC Overgelder
VE
Deventer
3,6
EOP
Flevopoort
Zorg
Emmeloord
7,5
EOP
Leeuwenborgh
Zorg
Maastricht
5,2
52 plus
ROC Leiden
Holtlant
DGO
Leiden
13,1
52 plus
Apeldoorns
college
MDGO
Apeldoorn
9,6
EOP
ROC De Leijgraaf
Muntelaar
Techniek
Veghel
9,0
EOP
ROC Zadkine
Werktuig-
bouwkunde
Rotterdam
6,5
52 plus
ROC De
Amerlanden
Economie
Amersfoort
6,0
52 plus
De Friese Poort
Handel/
Administratie
Leeuwarden
13,1
EOP
ROC Zeeland
Ravensteijn
Detailhandel/
Horeca
Middelburg
19,1
52 plus
Onderwijsgroep
Haaglanden
Handel
Den Haag
6,0
EOP
Drenthe College
Techniek
Emmen
26,4
52 plus
Technisch
College
Techniek
Heerlen
25,0 *Aantallen fte zijn gemitigeerd
EOP
Bijlage
II
Voor de sector Beroepsonderwijs en Volwasseneneducatie kunnen drie onderwijsondersteunende functies binnen het project Professionalisering van het takenpakket van het onderwijspersoneel in aanmerking komen:
( Leraarassistent
( Activiteitencoördinator
( Sociaal-psychologisch medewerker
Functiebeschrijvingen
Functiebenaming: Leraarassistent
Functie-inhoud
(Verrichten van ondersteunende werkzaamheden t.b.v. de leraren:
surveilleert in de school, bij zelfstudie en bij huiswerk (mits geïnstitutionaliseerd);
deelt inhaalproefwerken uit, houdt toezicht en neemt ze in;
assisteert bij technische lesonderdelen, zoals het klaarzetten van apparatuur e.d.
(Verrichten van administratieve werkzaamheden:
registreert toetsgegevens, resultaten en leerlinggegevens;
levert de gegevens aan de centrale administratie aan
maakt proefwerken gebruiksklaar
kijkt gestandaardiseerde toetsen na
vraagt specifiek lesmateriaal aan (media)
Functiewaardering
Hoofdgroep: II
Niveaugroep: b
Schaal: 4
Functiebenaming: Activiteitencoördinator
Functie-inhoud:
( Organiseren en begeleiden van activiteiten:
organiseert, coördineert en verzorgt naschoolse activiteiten
organiseert en begeleidt sportdagen, schoolreizen en excursies
organiseert voorlichtingsactiviteiten
( Organiseren van evenementen:
ontwikkelt en
organiseert schooltentoonstellingen verwerft en verzorgt (inter)culturele evenementen binnen de school
organiseert en assisteert bij feestelijke aangelegenheden
Functiewaardering:
Hoofdgroep: III
Niveaugroep: b
Schaal: 6
Functiebenaming: Sociaal-psychologisch medewerker
Functie-inhoud:
( Verrichten van sociaal-psychologische werkzaamheden
organiseert en coördineert intervisie
volgt de ontwikkelingen van de leerlingen
traceert probleemkinderen en verwijst deze zo nodig door naar hulpverlenende instanties
geeft voorlichting aan ouders en leerlingen
ontwikkelt het opvoedingsprotocol en draagt het uit
(Verrichten van ondersteunende werkzaamheden t.b.v. leraren:
ondersteunt leraren in de leerlingbegeleiding
draagt zorg voor het inplannen van benodigde afspraken tussen ouders en leraren
treedt op als contactpersoon tussen medewerkers en bemiddelt bij verstoorde verhoudingen e.d.