Besluit van 27 juli 1998 tot vaststelling van het Besluit milieutoelatingseisen niet-landbouwbestrijdingsmiddelen

Besluit milieutoelatingseisen biociden

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 23 maart 1998, nr. MJZ98029125, Centrale Directie Juridische Zaken, Afdeling Wetgeving, gedaan in overeenstemming met Onze Ministers van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij en van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en met de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
De Raad van State gehoord (advies van 2 juni 1998, nr. W08.98.0113);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 20 juli 1998, nr. MJZ 98069639, Centrale Directie Juridische Zaken, Afdeling Wetgeving, uitgebracht in overeenstemming met Onze Ministers van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij en van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en met de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;

Hebben goedgevonden en verstaan:

§

1

Begripsbepalingen en reikwijdte

Artikel

1.1

In dit besluit wordt verstaan onder:

  • a.

    wet: Bestrijdingsmiddelenwet 1962;

  • b.

    gebruiksvoorschriften: krachtens artikel 5, tweede of vijfde lid, of artikel 9, tweede lid, van de wet gegeven voorschriften;

  • c.

    tot de doelsoort behorende organismen: organismen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel c, van de wet;

  • d.

    omzetting: verandering in de chemische structuur van een werkzame stof of van een tot bezorgdheid aanleiding gevende stof, als gevolg van biologische, microbiologische of chemische reacties;

  • e.

    metaboliet, afbraak-, reactie- of omzettingsproduct: stof die als gevolg van omzetting uit een of meer werkzame stoffen of tot bezorgdheid aanleiding gevende stoffen ontstaat;

  • f.

    grondwater: water beneden het grondoppervlak, beperkt tot water beneden de grondwaterspiegel, niet zijnde een schijnspiegel;

  • g.

    grondgebonden residu: reststof in de bodem, afkomstig van toegepaste biociden die niet kunnen worden geëxtraheerd met methoden die de chemische aard van het residu niet significant veranderen;

  • h.

    risicobeoordeling: een omschrijving van de gevaren en, zo nodig, een evaluatie van de dosis-respons- of concentratie-effect-relatie, een evaluatie van de blootstelling en van een karakterisering van het risico;

  • i.

    dosis-respons-relatie: relatie tussen de dosis van een werkzame stof van een biocide of een tot bezorgdheid aanleiding gevende stof en de kans van optreden en ernst van het effect daarvan op het milieu;

  • j.

    concentratie-effect-relatie: relatie tussen de mate van blootstelling aan een werkzame stof van een biocide of aan een tot bezorgdheid aanleiding gevende stof en de kans van optreden en ernst van het effect daarvan op het milieu;

  • k.

    blootstellingsevaluatie: bepaling van de emissie, routes en verplaatsingsmethoden van een werkzame stof van een biocide of van een tot bezorgdheid aanleiding gevende stof alsmede de relevante omzettings- of afbraakprocessen, met het oog op de bepaling van de concentraties of doses waaraan milieucompartimenten zijn of kunnen worden blootgesteld;

  • l.

    karakterisering van het risico: inschatting van kans van optreden en ernst van de schadelijke effecten op het milieu van een feitelijke of verwachte blootstelling aan een werkzame stof van een biocide of aan een tot bezorgdheid aanleiding gevende stof;

  • m.

    PEC: op basis van de blootstellingsevaluatie te verwachten concentratie van een stof die ten gevolge van het gebruik van een biocide zeer waarschijnlijk in een milieucompartiment zal worden aangetroffen;

  • n.

    PNEC: op basis van de dosis-respons-relatie of concentratie-effect-relatie te verwachten concentratie van een stof beneden welke geen schadelijke effecten op de betrokken milieucompartimenten te verwachten zijn;

  • o.

    DT50: tijd die nodig is voor de omzetting van 50% van een hoeveelheid van een stof.

§

2

Risico's voor het milieu

Artikel

2.1

Artikel

2.2

Artikel

2.3

Artikel

2.4

Artikel

2.5

Artikel

2.6

§

3

Effecten op het milieu

§

3.1

Water

Artikel

3.1.1

Artikel

3.1.2

Artikel

3.1.3

§

3.2

Bodem

Artikel

3.2.1

§

3.3

Lucht

Artikel

3.3.1

§

3.4

Niet tot de doelsoort behorende organismen

Artikel

3.4.1

Artikel

3.4.2

Artikel

3.4.3

§

4

Overgangs- en slotbepalingen

Artikel

4.1

Artikel

4.2

Artikel

4.3

Artikel

4.4

De Regeling milieutoelatingseisen niet-landbouwbestrijdingsmiddelen wordt ingetrokken.

Artikel

4.5

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.

Artikel

4.6

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit milieutoelatingseisen biociden.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Tavarnelle
Beatrix
De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, Margaretha de Boer
De Minister van Justitie, A. H. Korthals