Artikel
1.1
1
In dit besluit wordt verstaan onder:
- a.
-
b.
gebruiksvoorschriften: krachtens artikel 5, tweede of vijfde lid, of artikel 9, tweede lid, van de wet gegeven voorschriften;
-
c.
tot bezorgdheid aanleiding gevende stof: elke stof van een niet-landbouwbestrijdingsmiddel, met uitzondering van de werkzame stof, die als intrinsieke eigenschap heeft dat zij een schadelijk effect kan hebben op het milieu en die in het middel in een voldoende concentratie aanwezig is of ontstaat om een dergelijk effect te veroorzaken;
-
d.
omzetting: verandering in de chemische structuur van een werkzame stof of van een tot bezorgdheid aanleiding gevende stof, als gevolg van biologische, microbiologische of chemische reacties;
-
e.
metaboliet, afbraak-, reactie- of omzettingsproduct: stof die als gevolg van omzetting uit een of meer werkzame stoffen of tot bezorgdheid aanleiding gevende stoffen ontstaat;
-
f.
grondwater: water beneden het grondoppervlak, beperkt tot water beneden de grondwaterspiegel, niet zijnde een schijnspiegel;
-
g.
grondgebonden residu: reststof in de bodem, afkomstig van toegepaste niet-landbouwbestrijdingsmiddelen die niet kunnen worden geëxtraheerd met methoden die de chemische aard van het residu niet significant veranderen;
-
h.
risicobeoordeling: een omschrijving van de gevaren en, zo nodig, een evaluatie van de dosis-respons- of concentratie-effect-relatie, een evaluatie van de blootstelling en van een karakterisering van het risico;
-
i.
dosis-respons-relatie: relatie tussen de dosis van een werkzame stof van een niet-landbouwbestrijdingsmiddel of een tot bezorgdheid aanleiding gevende stof en de kans van optreden en ernst van het effect daarvan op het milieu;
-
j.
concentratie-effect-relatie: relatie tussen de mate van blootstelling aan een werkzame stof van een niet-landbouwbestrijdingsmiddel of aan een tot bezorgdheid aanleiding gevende stof en de kans van optreden en ernst van het effect daarvan op het milieu;
-
k.
blootstellingsevaluatie: bepaling van de emissie, routes en verplaatsingsmethoden van een werkzame stof van een niet-landbouwbestrijdingsmiddel of van een tot bezorgdheid aanleiding gevende stof alsmede de relevante omzettings- of afbraakprocessen, met het oog op de bepaling van de concentraties of doses waaraan milieucompartimenten zijn of kunnen worden blootgesteld;
-
l.
karakterisering van het risico: inschatting van kans van optreden en ernst van de schadelijke effecten op het milieu van een feitelijke of verwachte blootstelling aan een werkzame stof van een niet-landbouwbestrijdingsmiddel of aan een tot bezorgdheid aanleiding gevende stof;
-
m.
PEC: op basis van de blootstellingsevaluatie te verwachten concentratie van een stof die ten gevolge van het gebruik van een niet-landbouwbestrijdingsmiddel zeer waarschijnlijk in een milieucompartiment zal worden aangetroffen;
-
n.
PNEC: op basis van de dosis-respons-relatie of concentratie-effect-relatie te verwachten concentratie van een stof beneden welke geen schadelijke effecten op de betrokken milieucompartimenten te verwachten zijn.
2
Onder niet-landbouwbestrijdingsmiddel wordt in dit besluit mede verstaan een werkzame stof of een preparaat als bedoeld in artikel 1, vijfde lid, van de wet.