Regeling Amsterdamse dekschuiten

Regeling Amsterdamse dekschuiten

De Minister van Verkeer en Waterstaat,
Handelende in overeenstemming met de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;

Besluit:

Artikel

1

Artikel

2

Deze regeling is van toepassing in het havengebied van Amsterdam, Zaanstad, Beverwijk en Velsen, met inbegrip van het Noordzeekanaal, de Zaan, de Knollendammervaart en het Noordhollandsch Kanaal vanaf het IJ tot de kruising met de Knollendammervaart, met dien verstande dat de grenzen van dit gebied aan oostelijke zijde gevormd worden door de Oranjesluizen, aan de westelijke zijde door de sluizen van IJmuiden en op het Amsterdam-Rijnkanaal door de monding van het Lozingskanaal.

Artikel

3

De volgende artikelen van bijlage II van het Binnenschepenbesluit zijn niet van toepassing op Amsterdamse dekschuiten:

  • artikel 5.06;

  • artikel 7.01;

  • artikel 7.02;

  • artikel 7.04;

  • artikel 7.05, eerste lid;

  • artikel 11.16, tweede lid.

Artikel

4

De buitenzijde van het dek van een Amsterdamse dekschuit is voorzien van een voetlijst van tenminste 0,03 m hoogte en een reling van tenminste 0,90 m hoogte. De reling mag wegneembaar zijn.

Artikel

5

Bij het onderzoek van Amsterdamse dekschuiten, waarvan op 1 augustus 1998 de bouw is voltooid, is tot 1 augustus 2003, artikel 4 niet van toepassing.

Artikel

6

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 augustus 1998.

Artikel

7

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling Amsterdamse dekschuiten.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage
De Minister van Verkeer en Waterstaat, A.Jorritsma-Lebbink