Teeltmateriaal van niet in het Nederlands Rassenregister opgenomen rassen waarvoor ingevolge verordening (EG) nr. 2100/94 van de Raad van de Europese Unie van 27 juli 1994 inzake het communautaire kwekersrecht een communautair kwekersrecht is verleend, uitgezonderd teeltmateriaal van landbouwgewassen als bedoeld in artikel 1, tweede lid, van het Besluit bindende rassenlijst landbouwgewassen, mag in het verkeer gebracht, verder verhandeld en uitgevoerd worden.
Artikel
1a
Het bepaalde in artikel 1 geldt, indien een ras als bedoeld in artikel 1 een genetisch gemodificeerd organisme als bedoeld in artikel 2 van de richtlijn nr. 90/220/EEG van de Raad van de Europese Unie van 23 april 1990 inzake de doelbewuste introductie van genetisch gemodificeerde organismen in het milieu is, uitsluitend:
a.
indien voor het in de handel brengen van dit ras overeenkomstig richtlijn nr. 90/220/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 23 april 1990 inzake de doelbewuste introductie van genetisch gemodificeerde organismen in het milieu (PbEG L 117) toestemming is verkregen, en
b.
voor materiaal dat is afgeleid van een ras als bedoeld in onderdeel a en bestemd is voor gebruik als voedingsmiddel, indien het voedingsmiddel of het voedselingrediënt overeenkomstig verordening (EG) nr. 258/97 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 27 januari 1997 betreffende nieuwe voedingsmiddelen en nieuwe voedselingrediënten (PbEG L 43) in de handel mag worden gebracht.
Artikel
2
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Artikel
3
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling verkeer rassen met communautair kwekersrecht.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
’s-Gravenhage
De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, Overeenkomstig het door de minister genomen besluit: voor deze: De secretaris-generaal, T.H.J. Joustra