Subsidieregeling niet-industriële restwarmte-infrastructuur

Subsidieregeling niet-industriële restwarmte-infrastructuur

De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

Besluit:

§

1

Algemeen

Artikel

1

In deze regeling wordt verstaan onder:

a.
de minister:

de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;

b.
subsidieaanvrager:

rechtspersoon die of samenwerkingsverband dat in het kader van het cluster Niet-industriële restwarmte-infrastructuur (Niris) van het CO2-reductieplan bij het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer een aanvraag tot subsidieverlening ten behoeve van een project als bedoeld in artikel 2, eerste lid, heeft ingediend;

c.
de projectkosten:

de in artikel 5 bedoelde kosten;

d.
de extra milieukosten:

de projectkosten, indien een gasinfrastructuur aanwezig is of gelijktijdig met een infrastructuur als bedoeld in artikel 2, eerste lid, een gasinfrastructuur gerealiseerd wordt, onderscheidenlijk het verschil tussen de projectkosten en de kosten die onder dezelfde omstandigheden zouden zijn gemoeid met de aanleg van een gasinfrastructuur met dezelfde capaciteit, indien geen gasinfrastructuur aanwezig is of gelijktijdig gerealiseerd wordt;

e.
de kosteneffectiviteit:

de annuïteit van de aangevraagde subsidie, gedeeld door de gemiddelde jaarlijkse CO2-reductie, bepaald overeenkomstig de rekenregels die in de bij deze regeling behorende bijlage zijn opgenomen, berekend over de technische levensduur van de infrastructuur en uitgedrukt in een bedrag in euro's per vermeden ton CO2;

f.
project:

het aanschaffen of voortbrengen, installeren en in gebruik nemen van technische voorzieningen.

§

2

Subsidie voor projecten ter vermindering van de uitstoot van CO

Artikel

2

Artikel

3

Artikel

4

Artikel

5

Artikel

6

§

3

De subsidieverlening

Artikel

7

Artikel

8

Artikel

9

§

4

Verplichtingen van de subsidie-ontvanger

Artikel

10

Indien een subsidie is verleend ten behoeve van een samenwerkingsverband, is elke deelnemer aan dat samenwerkingsverband gehouden tot naleving van alle aan de subsidie verbonden verplichtingen.

Artikel

11

Artikel

12

De subsidieontvanger stelt de minister onverwijld schriftelijk in kennis indien:

  • a.

    een verzoek tot verlening van surséance van betaling aan of faillietverklaring van de subsidieontvanger bij de rechtbank is ingediend, of

  • b.

    het project definitief is stopgezet of niet wordt aangevangen.

§

5

De subsidievaststelling

Artikel

13

Artikel

14

Artikel

15

Indien de subsidieontvanger niet heeft voldaan aan artikel 13 stelt de minister deze in de gelegenheid binnen een door hem te stellen termijn een aanvraag tot subsidievaststelling, onderscheidenlijk een aanvulling van die aanvraag, in te dienen.

§

6

Bevoorschotting, betaling en terugvordering

Artikel

16

Artikel

17

De minister geeft binnen acht weken na ontvangst van een verzoek als bedoeld in artikel 16, eerste lid, een beschikking. Indien de beschikking niet binnen acht weken kan worden gegeven, stelt de minister de subsidieontvanger daarvan in kennis en noemt hij daarbij een redelijke termijn waarbinnen de beschikking wel kan worden gegeven.

Artikel

18

De verplichting tot betaling van een voorschot wordt opgeschort met ingang van de dag waarop de minister aan de subsidieontvanger schriftelijk kennis geeft van het ernstige vermoeden dat de uitvoering van het project waarvoor de subsidie wordt verleend, aanzienlijke vertraging ondervindt.

Artikel

19

§

7

Slotbepalingen

Artikel

20

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel

21

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling niet-industriële restwarmte-infrastructuur.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage
De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, J.P.Pronk

Bijlage bij de Subsidieregeling niet-industriële restwarmte-infrastructuur

In deze bijlage zijn de rekenregels opgenomen, bedoeld in de artikelen 1, onder e, en 3, tweede lid, onder a en b, van de Subsidieregeling niet-industriële restwarmte-infrastructuur. Deze regels zijn opgesteld ter bevordering van de uniformiteit van de wijze van berekening van de CO2-emissiereductie.

Algemeen

Uitwerking