Regeling beëdiging ambtenaren

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
Gehoord de Bijzondere Commissie;

Besluit:

Artikel

1

In deze regeling wordt verstaan onder eed of belofte: de eed of belofte als bedoeld in artikel 51 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement, af te leggen volgens het formulier zoals dat als bijlage is vastgesteld bij het Besluit van de Minister van Binnenlandse Zaken, Staatscourant 18 mei 1998, nr 92.

Artikel

2

Artikel

3

Artikel

4

Artikel

5

Artikel

6

Artikel

7

De ambtenaar aangesteld dan wel te werkgesteld bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijks-relaties, die geen eed of belofte heeft afgelegd en op wie artikel 2, tweede lid, niet van toepassing is, legt alsnog zo spoedig mogelijk de eed of belofte af volgens het gestelde in deze regeling.

Artikel

8

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel

9

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling beëdiging ambtenaren.

Deze regeling zal in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, A.Peper