de secretaris- generaal en de hoofden van de onderscheiden dienstonderdelen en diensten van het ministerie;
e.
de personeelsfunctionaris:
de als zodanig aangestelde medewerker.
Artikel
2
De hoofden van dienst worden aangewezen als beoordelingsautoriteit voor de onder hen ressorterende medewerkers.
Artikel
3
1
Het opmaken van de beoordeling vindt plaats in de aanwezigheid van de personeelsfunctionaris.
2
Indien de personeelsfunctionaris tevens beoordelaar is, vindt het opmaken van de beoordeling plaats in aanwezigheid van een personeelsfunctionaris van een andere dienst of dienstonderdeel.
De beoordeling van de medewerker wordt vastgelegd op een lijst, waarvan het model is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 1.
Artikel
6
Vervallen
Artikel
7
Het Beoordelingsvoorschrift Ministerie van Economische Zaken van 24 december 1986, kenmerk WJA/W 686/255, wordt ingetrokken.
Artikel
8
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Artikel
9
Deze regeling wordt aangehaald als: Beoordelingsvoorschrift Ministerie van Economische Zaken 1998.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst, met uitzondering van de bijlagen, die ter inzage worden gelegd. Van deze terinzagelegging zal mededeling worden gedaan in de Staatscourant.
’s-Gravenhage
De Minister van Economische Zaken, A.Jorritsma-Lebbink