Regeling mandaat, volmacht en machtiging Rijksgebouwendienst 1998

Regeling mandaat, volmacht en machtiging Rijksgebouwendienst 1998

De Directeur-Generaal van de Rijksgebouwendienst;
Gelet op artikel 9 van de Regeling taken en bevoegdheden VROM 1998, houdende de regeling van de taken en bevoegdheden bij het Ministerie van VROM;

Besluit:

Artikel

1

Definities

In deze regeling en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

a.
Minister:

de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;

b.
Staatssecretaris:

de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;

c.
functionaris:

ieder persoon in enig dienstverband bij de Rijksgebouwendienst te werk gesteld;

d.
Directeur-Generaal:

de functionaris belast met de leiding van de Rijksgebouwendienst;

Rijksbouwmeester:

de functionaris belast met de leiding van het Bureau Rijksbouwmeester;

directeur:

de functionaris belast met de leiding van een directie of een stafbureau van de Rijksgebouwendienst;

stafbureau-hoofd;

de functionaris belast met de leiding van een stafbureau van de Rijksgebouwendienst;

afdelingshoofd:

de functionaris belast met de leiding van een organisatie-onderdeel van een directie of een organisatie-onderdeel van een stafbureau van de Rijksgebouwendienst;

projectverantwoordelijke:

de functionaris bij besluit van de Directeur-Generaal of een directeur of een stafbureau-hoofd aangewezen als verantwoordelijke voor de uitvoering van een project bij de Rijksgebouwendienst;

directie;

de directies van de Rijksgebouwendienst, zoals opgenomen in bijlage 2 bij de onderhavige regeling1;

stafbureau:

de stafbureaus van de Rijksgebouwendienst, zoals opgenomen in bijlage 2 bij de onderhavige regeling;

mandaat:

de bevoegdheid om in naam van de Minister of de Staats-secretaris besluiten te nemen;

volmacht:

de bevoegdheid om in naam van de Minister privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten;

machtiging:

de bevoegdheid om in naam van de Minister of de Staatssecretaris handelingen te verrichten die noch een besluit noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn.

Artikel

2

Bevoegdheden plaatsvervangend Directeur-Generaal

Artikel

3

Bevoegdheden voorbehouden aan de Directeur-Generaal en de plaatsvervangend Directeur-Generaal

Aan de Directeur-Generaal en de plaatsvervangend Directeur-Generaal blijft, met inachtneming van de Regeling taken en bevoegdheden VROM 1998, voorbehouden het uitoefenen van de bevoegdheden:

  • a.

    als opgenomen in bijlage 1 bij deze regeling1;

  • b.

    tot beslissen op bezwaarschriften tegen besluiten die zijn genomen door de Rijksbouwmeester, de directeuren en de hoofden van een stafbureau;

  • c.

    tot het vaststellen van beleidsregels.

Artikel

4

Bevoegdheden Rijksbouwmeester, directeuren en stafbureau-hoofden

Artikel

5

Bevoegdheid voorbehouden aan Rijksbouwmeester, directeuren en stafbureau-hoofden

Aan de Rijksbouwmeester, de directeuren en de stafbureau-hoofden blijft, met inachtneming van de Regeling taken en bevoegdheden VROM 1998 en artikel 3, voorbehouden het uitoefenen van de bevoegdheid: tot beslissen op bezwaarschriften tegen besluiten die zijn genomen door onder hun gezag werkzame functionarissen.

Artikel

6

Bevoegdheden afdelingshoofden en projectverantwoordelijken

Artikel

7

Algemene begrenzing van gebruik van bevoegdheden

Artikel

8

Begrenzing van gebruik van bevoegdheden door plaatsvervangers

Artikel

9

Ondertekening

Artikel

10

Artikel

11

De Regeling mandaat P, O en I 1998, de Regeling mandaat RGD-regionale directies 1998, de Regeling mandaat RGD-DFE 1998, de Regeling mandaat RGD-DHB 1998, de Regeling mandaat RGD-DIB 1998, de Regeling mandaat RGD-Rijksbouwmeester 1998, de Regeling mandaat RGD-DPP 1998, de Regeling mandaat RGD-DO&T 1998 en alle overige binnen de verschillende directies en stafbureaus voorkomende regelingen met betrekking tot overdracht van bevoegdheden terzake van de Rijksgebouwendienst worden hierbij ingetrokken.

Artikel

12

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel

13

Deze regeling kan worden aangehaald als: Regeling mandaat, volmacht en machtiging Rijksgebouwendienst 1998.

Deze regeling zal in de Staatscourant worden geplaatst en in afschrift worden gezonden aan de Algemene Rekenkamer, de secretaris-generaal, de directeur van de centrale directie Financiële en Economische Zaken en de in dit besluit genoemde functionarissen.

Den Haag
De Wnd. Directeur-Generaal van de Rijksgebouwendienst,
J.A.J. Huijbregts