-
a.
de zorg voor de huisvesting van de hoge colleges van staat, de onderscheidene ministeries, de daaronder ressorterende rijksdiensten en agentschappen;
-
b.
de zorg voor de huisvesting van internationale organisaties, voorzover Onze Minister, dan wel Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister(s) wie het mede aangaat, deze zorg aan de dienst heeft opgedragen;
-
c.
de zorg voor de huisvesting van andere lichamen en organisaties dan genoemd in de onderdelen a en b, voorzover deze taak bij of krachtens wet aan de dienst is opgedragen;
-
d.
het portefeuillemanagement van de gebouwen, werken en terreinen waarover de zorg van de dienst zich uitstrekt;
-
e.
de zorg voor het beheer van de het Rijk in eigendom toebehorende paleizen, alsmede het onderhouden, vernieuwen en aanvullen van de tot de vaste inrichting daartoe te rekenen, het Rijk in eigendom toebehorende roerende zaken;
-
f.
het beheer van monumenten waarover de zorg van de dienst zich uitstrekt;
-
g.
de bevordering en bewaking van de kwaliteit van de architectuur, van de stedenbouwkundige inpassing en van de beeldende kunst bij het tot stand brengen, het wijzigen en het beheren van gebouwen, werken en terreinen waarover de zorg van de dienst zich uitstrekt;
-
h.
het doen van beleidsvoorstellen met betrekking tot niet tot bewoning bestemde gebouwen op verzoek dan wel uit eigen beweging aan Onze Minister of Onze Minister(s) wie het mede aangaat.