Besluit van 8 september 1998, houdende regels betreffende de Rijksgebouwendienst (Besluit Rijksgebouwendienst 1999)

Besluit Rijksgebouwendienst 1999

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 2 september 1998, nr. 980264, Rijksgebouwendienst, Directie Huisvestingsbeleid, gedaan in overeenstemming met het gevoelen van de ministerraad;

Hebben goedgevonden en verstaan:

HOOFDSTUK

1

Begripsbepalingen

Artikel

1

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • a.

    Onze Minister: Onze Minister voor Wonen, Wijken en Integratie;

  • b.

    dienst: Rijksgebouwendienst, genoemd in artikel 2;

  • c.

    huisvesting: ingebruikgeving en beheer van gebouwen, werken en daarbij behorende terreinen;

  • d.

    afnemer: lichaam of organisatie als bedoeld in de artikelen 3, onderdelen a, b en c, en 4, eerste lid.

Hoofdstuk

2

De Rijksgebouwendienst

AFDELING

1

Instelling, taken en bevoegdheden

Artikel

2

Artikel

3

De dienst heeft tot taak:

  • a.

    de zorg voor de huisvesting van de hoge colleges van staat, de onderscheidene ministeries, de daaronder ressorterende rijksdiensten en agentschappen;

  • b.

    de zorg voor de huisvesting van internationale organisaties, voorzover Onze Minister, dan wel Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister(s) wie het mede aangaat, deze zorg aan de dienst heeft opgedragen;

  • c.

    de zorg voor de huisvesting van andere lichamen en organisaties dan genoemd in de onderdelen a en b, voorzover deze taak bij of krachtens wet aan de dienst is opgedragen;

  • d.

    het portefeuillemanagement van de gebouwen, werken en terreinen waarover de zorg van de dienst zich uitstrekt;

  • e.

    de zorg voor het beheer van de het Rijk in eigendom toebehorende paleizen, alsmede het onderhouden, vernieuwen en aanvullen van de tot de vaste inrichting daartoe te rekenen, het Rijk in eigendom toebehorende roerende zaken;

  • f.

    het beheer van monumenten waarover de zorg van de dienst zich uitstrekt;

  • g.

    de bevordering en bewaking van de kwaliteit van de architectuur, van de stedenbouwkundige inpassing en van de beeldende kunst bij het tot stand brengen, het wijzigen en het beheren van gebouwen, werken en terreinen waarover de zorg van de dienst zich uitstrekt;

  • h.

    het doen van beleidsvoorstellen met betrekking tot niet tot bewoning bestemde gebouwen op verzoek dan wel uit eigen beweging aan Onze Minister of Onze Minister(s) wie het mede aangaat.

Artikel

4

Artikel

5

Onze Minister kan, in overeenstemming met onze Minister van Financiën en met Onze Minister wie het mede aangaat, de zorg voor de huisvesting van een lichaam als bedoeld in artikel 3, onderdeel a, geheel of gedeeltelijk overdragen aan Onze Minister wie het mede aangaat.

Artikel

6

Ter uitvoering van de taken, bedoeld in de artikelen 3 en 4, is de dienst in elk geval bevoegd tot:

  • a.

    het sluiten van huurovereenkomsten met afnemers;

  • b.

    het leveren van adviezen en services op verzoek van afnemers;

  • c.

    het verstrekken van opdrachten tot het bouwen, verbouwen en onderhouden van gebouwen en werken en tot het inrichten en onderhouden van terreinen;

  • d.

    het sluiten van koop-, huur- of erfpachtsovereenkomsten terzake van gebouwen, werken en terreinen;

  • e.

    het (doen) verrichten van onderzoek.

AFDELING

2

Werkwijze

Artikel

7

Artikel

8

Artikel

9

Artikel

10

Artikel

11

Onze Minister kan nadere regels geven omtrent de taken, bevoegdheden, werkwijze en inrichting van de dienst.

Afdeling

3

De Klantenraad

Artikel

12

Vervallen

AFDELING

4

De Rijksbouwmeester

Artikel

13

Artikel

14

De Rijksbouwmeester adviseert de Directeur-Generaal van de Rijksgebouwendienst ten aanzien van de in artikel 3, onderdelen e, f en g, bedoelde taken van de dienst.

Artikel

15

De Rijksbouwmeester brengt op verzoek, dan wel uit eigen beweging advies uit aan Onze Minister en Onze Minister(s) wie het mede aangaat over:

  • a.

    de voorbereiding en uitvoering van het rijksarchitectuurbeleid;

  • b.

    de kwaliteit van de architectuur en van de stedenbouwkundige inpassing bij de totstandkoming van bouwprojecten waarover de zorg van de dienst zich niet uitstrekt, en

  • c.

    de kwaliteit van de architectuur en van de stedenbouwkundige en landschappelijke inpassing ten aanzien van infrastructurele en ruimtelijke ordeningsprojecten, waarover de zorg van de dienst zich niet uitstrekt.

Afdeling

5

Het Rijkshuisvestingsberaad

Artikel

15a

Vervallen

HOOFDSTUK

3

Het meerjarenbeleidsplan

Artikel

16

Vervallen

HOOFDSTUK

4

Slotbepalingen

Artikel

17

Het Besluit Rijksgebouwendienst wordt ingetrokken.

Artikel

18

Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer is belast met de uitvoering van dit besluit dat in het Staatsblad zal worden geplaatst en waarvan afschrift zal worden gezonden aan de kamers der Staten-Generaal en aan de Algemene Rekenkamer.

's-Gravenhage
Beatrix
De Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, J. W. Remkes
De Minister van Justitie, A. H. Korthals