Besluit van 19 oktober 1998, houdende regels met betrekking tot de taak en bevoegdheid van de cliëntenvertrouwenspersoon jeugdhulpverlening en jeugdbescherming (Besluit cliëntenvertrouwenspersoon jeugdhulpverlening en jeugdbescherming)
Besluit cliëntenvertrouwenspersoon jeugdhulpverlening en jeugdbescherming
Hebben goedgevonden en verstaan:
Artikel
2
De cliëntenvertrouwenspersoon heeft vrije toegang tot de gebouwen van de instelling en de terreinen en ruimten van de voorziening waar de jeugdigen kunnen verblijven, een en ander voor zover dit voor een juiste uitoefening van zijn taak nodig is. De cliëntenvertrouwenspersoon behoeft geen toestemming van derden om met een jeugdige te spreken.
Artikel
3
Onverminderd het bij of krachtens de wet bepaalde worden aan de cliëntenvertrouwenspersoon alle inlichtingen verschaft en bescheiden getoond die deze voor een juiste uitoefening van zijn taak nodig heeft.
Artikel
4
Aan de cliëntenvertrouwenspersoon worden door de uitvoerder of instelling de faciliteiten verschaft die deze voor een juiste uitoefening van zijn taak nodig heeft.
Artikel
5
Wijzigt het Besluit regels inrichtingen voor justitiële kinderbescherming.
Artikel
6
De onderdelen C, D, F en H van artikel II van de Wet van 29 mei 1997 tot wijziging van de Wet op de jeugdhulpverlening in verband met het klachtrecht (Stb. 273) treden in werking op het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit.
Artikel
7
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.
Artikel
8
Dit besluit wordt aangehaald als:
Besluit cliëntenvertrouwenspersoon jeugdhulpverlening en jeugdbescherming.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.