Regeling geprivilegieerde post gedetineerden

Regeling geprivilegieerde post gedetineerden

De Minister van Justitie,
Gezien het advies van de Centrale Raad voor Strafrechtstoepassing van 16 juli 1998, nr. 704201/98.

Besluit:

Artikel

1

Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

b.
brief:

een brief of een ander poststuk;

c.
envelop:

een envelop of een daarmee vergelijkbare verpakking.

Artikel

2

Algemeen

De directeur is uitsluitend bevoegd de enveloppen van brieven als bedoeld in artikel 37, eerste lid, van de wet, te openen ter controle op bijgesloten voorwerpen, op de wijze als hieronder bepaald.

Artikel

3

Brieven afkomstig van personen/ instanties genoemd in artikel 37, eerste lid, van de wet

Artikel

4

Brieven aan personen/instanties genoemd in artikel 37, eerste lid, van de wet

Artikel

5

Overgangsbepaling

Niet langer van toepassing zijn: De regeling ’contacten met de buitenwereld’, code: 1.873.2:07.125, kenmerk: Gevangeniswezen nr. 510/378 van 8 juni 1978; de regeling ’correspondentie van gedetineerden met leden van de Staten-Generaal’, code -1.873.2-026.2, kenmerk Dir. Gevangeniswezen nr. 297/379 van 14 juni 1979; de regeling ’inzien van enveloppen en brieven van de raadsman’, code: 1.873.2.26.2, kenmerk Dir. Gevangeniswezen nr. 791/385 van 26 september 1985.

Artikel

6

Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking op 1 januari 1999.

Artikel

7

Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling geprivilegieerde post gedetineerden.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag
De Minister van Justitie, A.H.Korthals