Artikel
1
1
In deze beleidsregels wordt verstaan onder:
-
a.
de minister: de Minister van Economische Zaken;
-
b.
effecten:
-
1°
op enige van overheidswege toegelaten beurs genoteerde aandelen, obligaties, converteerbare obligaties, warrants, participatiebewijzen, claims, scrips en bewijzen die recht geven op uitkering in andere effecten (zoals dividendbewijzen aangewezen voor stockdividenden en dergelijke), certificaten, recepissen, alsmede opties op effecten, en andere vermogensrechten, en
-
2°
niet ter beurze genoteerde vermogensrechten waarvan de waarde rechtstreeks afhankelijk is van een van de onder 1° bedoelde vermogensrechten;
-
1°
-
c.
effectentransacties: handelingen die bestaan uit of leiden tot het geheel of ten dele voor eigen rekening verwerven of afstoten of doen verwerven of doen afstoten van effecten;
-
d.
insider: de door de minister als zodanig aangewezen medewerker van het Ministerie van Economische Zaken.
2
Onder de in het eerste lid, onder b, bedoelde effecten worden niet begrepen effecten die zijn uitgegeven door een beleggingsmaatschappij met veranderlijk kapitaal, zoals bedoeld in artikel 2:76a BW.