Wet van 12 november 1998, houdende bepalingen met betrekking tot de dienstverlening op het gebied van grensoverschrijdende overmakingen (Wet grensoverschrijdende betaaldiensten)

Wet grensoverschrijdende betaaldiensten

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het noodzakelijk is ter uitvoering van richtlijn nr 97/5/EG van het Europees parlement en de Raad van 27 januari 1997, PbEG Nr L 43/25, regels te geven met betrekking tot de dienstverlening op het gebied van grensoverschrijdende overmakingen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Hoofdstuk

I

Definities

Artikel

1

Voor de toepassing van het bij of krachtens deze wet bepaalde wordt verstaan onder:

  • a.

    lid-staat: een Staat die lid is van de Europese Unie alsmede een Staat, niet zijnde een lid-staat van de Europese Unie, die partij is bij de overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte;

  • b.

    grensoverschrijdende overmaking: een transactie waarbij ingevolge de opdracht van een cliënt een betalingsverkeerinstelling of een buitenlandse instelling een geldbedrag luidende in een valuta van de lid-staten of in euro's en met een waarde van maximaal € 50 000, op een rekening bij een onderneming of instelling in een andere lid-staat ten behoeve van een begunstigde ter beschikking stelt;

  • c.

    betalingsverkeerinstelling: een onderneming of instelling die in Nederland gevestigd is en die in het kader van haar werkzaamheden grensoverschrijdende overmakingen uitvoert;

  • d.

    bemiddelende instelling: een onderneming of instelling die in Nederland is gevestigd, niet zijnde de betalingsverkeerinstelling van een opdrachtgever of van een begunstigde, die bij de uitvoering van een grensoverschrijdende overmaking betrokken is;

  • e.

    buitenlandse instelling: een onderneming of instelling die gevestigd is in een lid-staat, niet zijnde Nederland, en die in het kader van haar werkzaamheden grensoverschrijdende overmakingen uitvoert;

  • f.

    buitenlandse bemiddelende instelling: een onderneming of instelling, niet zijnde de buitenlandse instelling van een opdrachtgever of van een begunstigde, die gevestigd is in een lid-staat, niet zijnde Nederland, die bij de uitvoering van een grensoverschrijdende overmaking betrokken is;

  • g.

    opdrachtgever: een natuurlijke persoon of rechtspersoon, niet zijnde een betalingsverkeerinstelling, een bemiddelende instelling, buitenlandse instelling of een buitenlandse bemiddelende instelling, die opdracht geeft tot het uitvoeren van een grensoverschrijdende overmaking;

  • h.

    begunstigde: een natuurlijke persoon of rechtspersoon, aan wie het met de overmaking overeenkomende geldbedrag ter beschikking wordt gesteld op een rekening waarover hij kan beschikken;

  • i.

    datum van aanvaarding: datum van vervulling van alle voorwaarden die door een betalingsverkeerinstelling zijn gesteld voor de uitvoering van een opdracht tot een grensoverschrijdende overmaking;

  • j.

    werkdag: een dag waarop een betalingsverkeerinstelling, een bemiddelende instelling, buitenlandse instelling of een buitenlandse bemiddelende instelling die geacht wordt werkzaamheden te verrichten ten behoeve van de uitvoering van een grensoverschrijdende overmaking bedrijfsmatig open is voor het publiek;

  • k.

    de verordening: Verordening (EG) nr. 2560/2001 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 19 december 2001 betreffende grensoverschrijdende betalingen in euro (PbEG L 344).

Hoofdstuk

II

Informatieverstrekking betreffende grensoverschrijdende overmakingen

Artikel

2

De betalingsverkeerinstelling verstrekt aan haar cliënten die als opdrachtgever of als begunstigde betrokken zijn bij of het voornemen hebben tot een grensoverschrijdende overmaking, in een bevattelijke vorm schriftelijk en eventueel langs elektronische weg, informatie over de voorwaarden voor grensoverschrijdende overmakingen. De informatie behelst, onverminderd hetgeen in de verordening, indien van toepassing, bepaald is:

  • a.

    een opgave van de termijn die bij het uitvoeren van een grensoverschrijdende overmaking nodig is om de rekening van de instelling van de begunstigde met het geld te crediteren alsmede het tijdstip waarop die termijn aanvangt;

  • b.

    een opgave van de termijn die bij ontvangst van een bedrag uit een grensoverschrijdende overmaking nodig is om de rekening van de begunstigde te crediteren;

  • c.

    de berekeningswijze van alle door de cliënt aan de betalingsverkeerinstelling te betalen provisies en kosten en de eventuele tarieven;

  • d.

    de valutadatum, voor zover de betalingsverkeerinstelling een valutadatum hanteert;

  • e.

    een opgave van de klachten- en beroepsprocedures die voor de cliënt als opdrachtgever of de begunstigde openstaan, en van de wijze waarop hij daartoe toegang heeft; en

  • f.

    de gegevens aan de hand waarvan de toe te passen wisselkoers wordt bepaald.

Artikel

3

Hoofdstuk

III

Verplichtingen betreffende grensoverschrijdende overmakingen

Paragraaf

1

Verplichtingen van een betalingsverkeerinstelling inzake de inhoud van een overeenkomst tot het uitvoeren van een grensoverschrijdende overmaking

Artikel

4

De betalingsverkeerinstelling die een overeenkomst met een cliënt aangaat met betrekking tot een grensoverschrijdende overmaking waarvan de specificaties nauwkeurig omschreven zijn, moet zich op verzoek van die cliënt verbinden ten aanzien van:

  • a.

    een termijn die voor het uitvoeren van de overmaking of voor het crediteren van de rekening van de cliënt met het uit een grensoverschrijdende overmaking ontvangen bedrag nodig is; en

  • b.

    de met de overeenkomst verband houdende provisies en de kosten, uitgezonderd de toe te passen wisselkoers.

Paragraaf

2

Verplichtingen van de betalingsverkeerinstelling ter uitvoering van een grensoverschrijdende overmaking

Artikel

5

Paragraaf

3

Verplichtingen van een betalingsverkeerinstelling die een bedrag uit een grensoverschrijdende overmaking ontvangt

Artikel

6

Paragraaf

4

Verplichtingen van een bemiddelende instelling

Artikel

7

Hoofdstuk

IV

Uitvoering overeenkomstig de instructies

Paragraaf

1

Uitvoering van de opdracht tot een grensoverschrijdende overmaking door een betalingsverkeerinstelling overeenkomstig de instructies

Artikel

8

Paragraaf

2

Uitvoering overeenkomstig de instructies door een betalingsverkeerinstelling die een bedrag uit een grensoverschrijdende overmaking ontvangt

Artikel

9

Paragraaf

3

Uitvoering overeenkomstig de instructies door een bemiddelende instelling

Artikel

10

Hoofdstuk

V

Verplichtingen indien de rekening van de begunstigde niet met het overeengekomen bedrag wordt gecrediteerd

Afdeling

1

Retourneringsverplichtingen

Paragraaf

1

Retourneringsverplichtingen van een betalingsverkeerinstelling van een opdrachtgever

Artikel

11

Paragraaf

2

Terugbetalingsverplichting van een bemiddelende instelling

Artikel

12

Afdeling

2

Uitzonderingsbepalingen met betrekking tot de retourneringsverplichting

Artikel

13

Indien een grensoverschrijdende overmaking niet tot stand is gekomen ingevolge niet-uitvoering van de grensoverschrijdende overmaking door een bemiddelende instelling of buitenlandse bemiddelende instelling die is gekozen door de betalingsverkeerinstelling van de begunstigde, is de betalingsverkeerinstelling van de begunstigde verplicht het met de grensoverschrijdende overmaking overeenkomende bedrag ter beschikking van de begunstigde te stellen.

Artikel

14

Hoofdstuk

VI

Overmacht

Artikel

15

Betalingsverkeerinstellingen en bemiddelende instellingen die bij de uitvoering van een grensoverschrijdende overmaking zijn betrokken, zijn vrijgesteld van de bij deze wet opgelegde verplichtingen indien er sprake is van overmacht. Onder overmacht wordt in deze wet verstaan abnormale en onvoorziene omstandigheden die onafhankelijk zijn van de wil van degene die zich erop beroept en waarvan de gevolgen ondanks alle voorzorgsmaatregelen niet konden worden vermeden.

Hoofdstuk

VII

Geschillen

Artikel

16

Hoofdstuk

VIII

Overige artikelen

Artikel

17

Tenzij uitdrukkelijk anders is bepaald, kan van het bij of krachtens deze wet bepaalde ten nadele van een opdrachtgever of begunstigde niet worden afgeweken.

Artikel

18

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Artikel

19

Deze wet wordt aangehaald als: Wet grensoverschrijdende betaaldiensten.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te 's-Gravenhage
Beatrix
De Minister van Financiën, G. Zalm
De Minister van Justitie, A. H. Korthals