Subsidieregeling pilots Indicatiestelling 'Leerlinggebonden financiering'

De staatssecretaris van onderwijs, cultuur en wetenschappen,
Gelet op de artikelen 4, 5 en 7 van de Wet overige OCenW-subsidies;

Besluit

Hoofdstuk

1

Artikel

1

Begripsbepaling

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • de commissie:

    de proefcommissie in te stellen door het ministerie van OCenW, met het doel onderzoeksrapporten te toetsen volgens de procedure en de criteria zoals neergelegd in de procedure en criteria;

  • school:

    een school voor speciaal onderwijs, voor voortgezet speciaal onderwijs of voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de Wet op de expertisecentra met uitzondering van scholen die reeds deelnemen aan een Regionaal Expertise Centrum (REC)-pilot zoals bedoeld in de regeling kenmerk PO/BB-98/4447 d.d. 2 februari 1998, gepubliceerd in Uitleg Gele Katern nummer 5 van 11 februari 1998, dan wel een instelling voor speciaal- en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in artikel 8, eerste lid tweede volzin, van de Wet op de expertisecentra;

  • schoolsoorten:

    de indeling van het speciaal onderwijs en voortgezet speciaal onderwijs zoals genoemd in artikel 2, tweede lid, van de Wet op de expertisecentra;

  • onderzoeksrapport:

    het onderzoeksrapport, bedoeld in artikel 41, achtste lid, van de Wet op de experisecentra;

  • de procedure en criteria:

    de procedure en criteria zoals neergelegd in het rapport 'Procedure en criteria voor de toelaatbaarheidsbepaling tot het 2/3 onderwijs' van het bureau Smets en Hover

Artikel

2

Doel subsidieverstrekking

Met de subsidie wordt beoogd om praktijkervaring met de procedure en criteria op te doen door besluitvorming van de scholen inzake de toelating van leerlingen te toetsen via een beoordeling door de commissie op basis van de procedure en criteria.

Artikel

3

Hoogte en berekeningsgrondslag subsidie

De te verlenen subsidie bedraagt ƒ 5000,- per school. Uit deze subsidie dienen de kosten te worden bestreden die door de school worden gemaakt in verband met de toetsing van de onderzoeksrapporten aan de procedure en criteria.

Artikel

4

Subsidieplafond

Hoofdstuk

2

Subsidieaanvraag

Artikel

5

Aanvraagprocedure

Hoofdstuk

3

Subsidieverlening en verplichtingen van de school

Artikel

6

Selectiecriteria

Bij selectie van de aanvragen zullen de volgende criteria worden gehanteerd:

  • 1.

    Er een spreiding aanwezig is van de schoolsoorten, zodat er sprake is van voldoende representativiteit;

  • 2.

    Er sprake is van een voldoende landelijke spreiding;

  • 3.

    Voorrang zal worden gegeven aan de scholen uit het zogenaamde cluster één, namelijk de scholen voor visueel gehandicapte kinderen, de scholen uit het zogenaamde cluster twee, namelijk de scholen voor dove kinderen, slechthorende kinderen en scholen voor kinderen met ernstige spraakmoeilijkheden die niet tevens behoren tot de dove kinderen of slechthorende kinderen en de scholen uit het zogenaamde cluster vier, namelijk de scholen voor zeer moeilijk opvoedbare kinderen, kinderen in scholen verbonden aan pedologische instituten en het onderwijs aan langdurig zieke kinderen;

  • 4.

    Met inachtneming van de onder 1 en 2 en 3 genoemde criteria is de volgorde van binnenkomst van de aanvragen bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen bepalend.

Artikel

7

Toekenningsvoorwaarden voor subsidie als bedoeld in artikel 3

Voor subsidie als bedoeld in artikel 3, kunnen scholen in aanmerking komen, wanneer scholen in ieder geval voldoen aan de volgende voorwaarden:

  • 1.

    Voor elke bij de school aangemelde leerling stelt de school een onderzoeksrapport op waarbij de besluitvorming met betrekking tot de toelating van de leerling tot stand komt aan de hand van de procedure en criteria. Door de staatssecretaris van onderwijs, cultuur en wetenschappen kunnen nadere aanwijzingen worden gegeven inzake de procedure en criteria, als tijdens de praktijktoetsing blijkt dat deze aanwijzingen noodzakelijk zijn voor de realisering van een optimale objectieve indicatiestelling. Deze aanwijzingen zullen pas worden gegeven nadat hier overeenstemming over is bereikt met de commissie en het uitwerkingsoverleg leerlinggebonden financiering;

  • 2.

    De beslissing van de school inzake de toelating van de leerling legt de school vast in een aparte nota. Indien de school een leerling toelaat in afwijking van de procedure en criteria motiveert de school de afwijking in de nota. De onderzoeksrapporten en beslissingsnota's worden geanonimiseerd aangeleverd bij de commissie;

  • 3.

    De voortgang en de bevindingen van de wijze waarop de geselecteerde scholen omgaan met de procedure en criteria worden geëvalueerd. Scholen die meedoen aan deze pilot dienen alle medewerking te verlenen die nodig is voor de evaluatie. De evaluatie wordt uitgevoerd door een door het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen aan te wijzen onderzoeksinstituut.

Artikel

8

Betaling van de subsidie

Binnen 6 weken na de in artikel 5 lid 7 genoemde termijn ontvangen de scholen bericht van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen. De scholen die zijn geselecteerd op grond van de in de artikel 6 genoemde selectiecriteria ontvangen uiterlijk 4 weken na ontvangst van de beschikking de subsidie, genoemd in artikel 3.

Artikel

9

Besteding overeenkomstig doel

De subsidie wordt uitsluitend besteed aan de activiteiten waarop de subsidie betrekking heeft.

Hoofdstuk

4

Subsidievaststelling

Artikel

10

Vaststelling van de subsidie

Hoofdstuk

5

Slotbepalingen

Artikel

11

Bekendmaking

Deze regeling zal met de toelichting in Uitleg OCenW-Regelingen worden geplaatst. Van deze plaatsing zal mededeling worden gedaan in de Staatscourant.

Artikel

12

Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de derde dag na de datum van uitgifte van Uitleg OCenW-Regelingen waarin deze regeling wordt geplaatst.

Artikel

13

Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling pilots Indicatiestelling 'Leerlinggebonden financiering'

De staatssecretaris van onderwijs, cultuur en wetenschappendrs. K. Y. I. J.Adelmund