Sanctieregeling arbeidsmarktgedrag als bedoeld in artikel 25a van de Uitkeringsregeling 1966

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;

Besluit:

§

1

Algemene bepalingen

Artikel

1

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    uitkeringsregeling: de Uitkeringsregeling 1966;

  • b.

    betrokkene: de betrokkene, bedoeld in artikel 2 van de uitkeringsregeling;

  • c.

    uitkering: een uitkering in de zin van de uitkeringsregeling;

  • d.

    maatregel: het met toepassing van artikel 25a van de uitkeringsregeling geheel of gedeeltelijk vervallen verklaren van de uitkering tot maximaal het niveau als aangegeven in deze regeling;

  • e.

    baanzekerheid: een baangarantie of een zodanige kans op een baan, na afronding van de opleiding of scholing, dat deze gelijk te stellen is met een baangarantie;

  • f.

    werk: werk dat voor betrokkene passend is te achten. Als passend werk wordt beschouwd alle arbeid die voor de krachten en bekwaamheden van de betrokkene is berekend, tenzij aanvaarding om redenen van lichamelijke, geestelijke of sociale aard niet van hem kan worden gevergd. Niet als passend wordt beschouwd arbeid in een dienstbetrekking als bedoeld de Wet Sociale Werkvoorziening.

Artikel

2

Onder ‘niet ernstig trachten werk te vinden’, bedoeld in artikel 25a, eerste lid, onderdeel e, van de uitkeringsregeling worden in elk geval de volgende gedragingen verstaan:

  • a.

    betrokkene weigert te voldoen aan een oproep van de instantie die belast is met de uitvoering van de uitkeringsregeling;

  • b.

    betrokkene wordt of blijft werkloos omdat hij in onvoldoende mate tracht werk te verkrijgen;

  • c.

    betrokkene stelt eisen die het aanvaarden of verkrijgen van werk belemmeren;

  • d.

    betrokkene weigert deel te nemen aan een voor hem gewenste opleiding of scholing, of weigert voldoende mee te werken aan het bereiken van een gunstig studieresultaat;

  • e.

    betrokkene stelt zich geheel of gedeeltelijk niet beschikbaar voor werk.

§

2

Geheel of gedeeltelijk vervallen verklaren van het recht op uitkering

Artikel

3

De hoogte en duur van de maatregel op grond van artikel 25a, eerste lid, onderdeel e, van de uitkeringsregeling bedragen:

  • a.

    5% gedurende 4 weken indien sprake is van een gedraging of nalaten, bedoeld in artikel 2, onderdeel a;

  • b.

    20% gedurende 16 weken indien sprake is van een gedraging of nalaten, bedoeld in artikel 2, onderdeel b;

  • c.

    20% gedurende 16 weken indien sprake is van een gedraging, bedoeld in artikel 2, onderdeel c;

  • d.

    10% gedurende 16 weken indien sprake is van een gedraging of nalaten, bedoeld in artikel 2, onderdeel d;

  • e.

    30% gedurende 16 weken indien sprake is van een gedraging of nalaten, bedoeld in artikel 2, onderdeel d, indien het een opleiding of scholing betreft die baanzekerheid geeft;

  • f.

    een hoogte en duur naar rato van de mate waarin betrokkene zich niet beschikbaar stelt voor werk, bedoeld in artikel 2, onderdeel e.

Artikel

4

Bij het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting, bedoeld in artikel 25a, eerste lid, onderdeel c, van de uitkeringsregeling, bedraagt de hoogte en duur van de maatregel:

  • a.

    5% over de te late termijn indien het gestelde tijdstip met niet meer dan 56 kalenderdagen wordt overschreden;

  • b.

    10% over de te late termijn indien het gestelde tijdstip met meer dan 56 doch niet meer dan 112 kalenderdagen wordt overschreden;

  • c.

    20% over de te late termijn met een maximum van 52 weken, indien het gestelde tijdstip met meer dan 112 kalenderdagen wordt overschreden.

Artikel

5

Bij het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichtingen, bedoeld in artikel 25a, eerste lid, onderdeel d, van de uitkeringsregeling, bedraagt de hoogte en duur van de maatregel 10% gedurende 8 weken.

§

3

Verwijtbaarheid

Artikel

6

§

4

Samenloop

Artikel

7

§

5

Recidive

Artikel

8

Artikel

9

Een maatregel wordt opgelegd met ingang van de eerste dag dat een verplichting als bedoeld in deze regeling niet of niet behoorlijk is nagekomen.

§

6

Inwerkingtreding

Artikel

10

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin deze wordt geplaatst.

§

7

Citeertitel

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, A. Peper