Regeling piketvergoeding NCC

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
Overwegende, dat ingevolge het besluit van 18 december 1997, nummer EA97/U4334, het Nationaal Coördinatiecentrum (NCC) is ingesteld, als opvolger van het Landelijk Coördinatiecentrum;
  • dat het Nationaal Coördinatiecentrum tot taak heeft de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties bij te staan bij de voorbereiding en uitvoering van de taken op het terrein van crisisbeheersing en handhaving van de openbare orde en veiligheid;

  • dat het voor een goede taakuitoefening noodzakelijk is dat het Nationaal Coördinatiecentrum permanent bereikbaar is;

Gehoord de Ondernemingsraad van het directoraat-generaal Openbare Orde en Veiligheid;
Gehoord de Bijzondere Commissie ex artikel 113 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement;

Besluit:

Artikel

1

Algemene bepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

1.
medewerker:

de medewerker, werkzaam bij het Nationaal Coördinatie-centrum, die op grond van het rooster is aangewezen voor het verrichten van een piketdienst ten behoeve van het Nationaal Coördinatiecentrum;

2.
piketdienst:

de door het bevoegd gezag opgedragen beschikbaarheids- en bereikbaarheidsdienst als bedoeld in artikel 18a van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984, met strikte plaatsgebondenheid aan de woning van de desbetreffende medewerker alwaar indien nodig werkzaamheden worden verricht.

Artikel

2

Vergoeding voor piketdienst

Artikel

3

Slotbepalingen

Deze regeling zal (met de toelichting) in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, A.Peper