Regeling verslaglegging

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;

Besluit:

§

1

Algemene bepalingen

Artikel

1

In deze regeling wordt verstaan onder:

a.
Regionaal Directeur:

de Regionaal Directeur van de Arbeidsvoorzieningsorganisatie;

b.
werkgever, werknemer en arbeidsverhouding:
c.
verzoek:

een verzoek om toestemming voor opzegging van de arbeidsverhouding;

e.
Landelijk instituut sociale verzekeringen:

het Landelijk instituut sociale verzekeringen genoemd in hoofdstuk 4 van de Organisatiewet sociale verzekeringen 1997;

f.
Arbeidsinspectie:

de bevoegde directeur van het regionaal kantoor van de Arbeidsinspectie, bedoeld in artikel 4:5 van het Organisatie- en mandaatbesluit Arbeidsinspectie 1996.

Artikel

2

§

2

Inhoud verslag

Artikel

3

Artikel

4

Artikel

5

Het verslag vermeldt met betrekking tot het betreffende kwartaal in hoeveel gevallen de voor de werkgever en werknemer gestelde termijnen om hun zienswijze naar voren te brengen op grond van artikel 2:1 of artikel 2:2, derde lid, van het Ontslagbesluit zijn verlengd. Daarbij wordt aangegeven welke bijzondere omstandigheden aan de verlenging ten grondslag liggen.

Artikel

6

Het verslag vermeldt met betrekking tot het betreffende kwartaal het aantal gevallen waarin op grond van artikel 5:2, tweede lid van het Ontslagbesluit het advies van het Landelijk instituut verzekeringen is ingewonnen. Daarbij wordt aangegeven hoe vaak het advies wel en hoe vaak het advies niet is gevolgd. Indien het advies niet is gevolgd wordt de reden van de afwijking vermeld.

Artikel

7

Het verslag vermeldt met betrekking tot het betreffende kwartaal het aantal gevallen waarin de Regionaal Directeur op grond van artikel 2:3 van het Ontslagbesluit de Arbeidsinspectie heeft verzocht een onderzoek in te stellen.

Artikel

8

Artikel

9

Bij de in artikelen 4 tot en met 8 bedoelde inlichtingen en gegevens wordt met betrekking tot de verzoeken onderscheid gemaakt naar de grond waarop deze berusten, te weten:

  • a.

    bedrijfseconomische redenen, individueel;

  • b.

    bedrijfseconomische redenen, onderdeel uitmakend van collectief ontslag;

  • c.

    arbeidsongeschiktheid, en

  • d.

    overige niet bedrijfseconomische redenen.

§

3

Slotbepalingen

Artikel

10

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 1999.

Artikel

11

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling verslaglegging.

Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, K.G. deVries