Artikel
1
Als gemeenten waar zich een substantieel tekort aan standplaatsen voordoet, als bedoeld in artikel 2, vierde lid, van de Huisvestingswet, worden aangewezen:
-
a.
Alkmaar;
-
b.
Amersfoort;
-
c.
Amstelveen;
-
d.
Amsterdam;
-
e.
Apeldoorn;
-
f.
Arnhem;
-
g.
Bergen op Zoom;
-
h.
Breda;
-
i.
Coevorden;
-
j.
Dordrecht;
-
k.
Emmen;
-
l.
’s-Gravenhage;
-
m.
Groningen;
-
n.
Haarlem;
-
o.
Harderwijk;
-
p.
Heemskerk;
-
q.
Heerlen;
-
r.
Helmond;
-
s.
’s-Hertogenbosch;
-
t.
Hoogeveen;
-
u.
Hoorn;
-
v.
Hulst;
-
w.
Leiden;
-
x.
Loon op Zand;
-
y.
Maastricht;
-
z.
Meerssen;
-
aa.
Nootdorp;
-
bb
Nuenen;
-
cc
Nijmegen;
-
dd
Oss;
-
ee
Rheden;
-
ff
Roosendaal;
-
gg
Rotterdam;
-
hh
Rijswijk (Zuid-Holland);
-
ii
Schiedam;
-
jj
Sittard;
-
kk
Tiel;
-
ll
Utrecht;
-
mm
Valkenswaard;
-
nn
Venlo;
-
oo
Voorburg;
-
pp
Weert/Stramproy;
-
qq
West Maas en Waal;
-
rr
Woensdrecht;
-
ss
Zoetermeer en
-
tt
Zwolle.