Tijdelijke regeling regionale verwijzingscommissies voortgezet onderwijs

De staatssecretaris van onderwijs, cultuur en wetenschappen,
Gelet op artikel XXII, eerste lid, van de Wet van 25 mei 1998, Stb. 337, juncto artikel 10g van de Wet op het voortgezet onderwijs;

Besluit:

Paragraaf

1

Begripsbepalingen

Artikel

1

Begripsbepalingen

  • minister: de minister van onderwijs, cultuur en wetenschappen;

  • WVO: de Wet op het voortgezet onderwijs;

  • wet: de Wet van 25 mei 1998, Stb. 337;

  • regionale verwijzingscommissie: de regionale verwijzingscommissie, bedoeld in artikel 10g van de WVO;

  • samenwerkingsverband: een samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 10h van de WVO;

  • intelligentiequotiënt: het intelligentiequotiënt dat de cognitieve capaciteiten van een leerling uitdrukt, vastgesteld op basis van scores op verbaal en op performaal gebied;

  • leerachterstand: de relatieve leerachterstand van een leerling op de domeinen technisch lezen, begrijpend lezen en spellen alsmede rekenen of wiskunde, ten opzichte van een modale leerling in dezelfde groep onderscheidenlijk in hetzelfde leerjaar, uitgedrukt in één of meer tienden van een jaar dan wel één of meer jaren;

  • sociaal-emotionele problematiek: de problematiek dat het onderwijsleerproces substantieel wordt belemmerd als gevolg van het sociaal-emotioneel functioneren van een leerling.

Paragraaf

2

Regionale verwijzingscommissie: adviesverplichting en voorschriften over taak, samenstelling, werkwijze en subsidie

Artikel

2

Advies regionale verwijzingscommissie over toelaatbaarheid

Artikel

3

Taak regionale verwijzingscommissie

Artikel

4

Samenstelling regionale verwijzingscommissie

Artikel

5

Werkwijze regionale verwijzingscommissie

Artikel

6

Subsidie regionale verwijzingscommissie

Paragraaf

3

Voorschriften toelating tot scholen en afdelingen svo-lom en -mlk

Artikel

7

Voorschriften voor de toelating tot scholen en afdelingen svo-lom en -mlk

Met betrekking tot de toelating van leerlingen tot de scholen en afdelingen voor speciaal voortgezet onderwijs voor zover het betreft onderwijs aan kinderen met leer- en opvoedingsmoeilijkheden of aan moeilijk lerende kinderen, zijn in afwijking van deel II van de WVO, de artikelen 27 en 10g van de WVO van overeenkomstige toepassing, met inachtneming van paragraaf 2.

Paragraaf

4

Slotbepalingen

Artikel

8

Bekendmaking

Deze regeling zal met de toelichting in Uitleg OCenW-Regelingen worden geplaatst. Van deze plaatsing zal mededeling worden gedaan in de Staatscourant.

Artikel

9

Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de derde dag na de datum van uitgifte van Uitleg OCenW-Regelingen waarin deze regeling wordt geplaatst, met dien verstande dat een regionale verwijzingscommissie haar taak als bedoeld in artikel 3, uitoefent met ingang van een in overleg met de minister te bepalen tijdstip, welk tijdstip niet later ligt dan 1 maart 1999.

Artikel

10

Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke regeling regionale verwijzingscommissies voortgezet onderwijs

De staatssecretaris van onderwijs, cultuur en wetenschappendrs. K.Y.I.J. Adelmund