Regeling Erkenning Penitentiaire Programma’sRegeling van de Minister van Justitie houdende bepalingen met betrekking tot de eisen voor erkenning van een penitentiair programma of onderdeel daarvan (Erkenningsregeling penitentiair programma)

Erkenningsregeling penitentiair programma

De Minister van Justitie,
Gezien het advies van de Centrale Raad voor Strafrechtstoepassing van 6 november 1998, kenmerk 724348/98;

Besluit:

Artikel

1

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    DJI: Dienst Justitiële Inrichtingen van het ministerie van Justitie;

  • b.

    deelnemer: degene die deelneemt aan het penitentiair programma;

  • c.

    SRN: de stichting, bedoeld in artikel 2 van de Reclasseringsregeling 1995;

  • d.

    derde-organisatie: een instelling op het terrein van maatschappelijke hulp- en dienstverlening of opleiding en scholing of een vrijwilligersorganisatie op het terrein van hulpverlening aan justitiabelen, niet zijnde een inrichting of de SRN;

  • e.

    werkgever: het bedrijf waar de deelnemer arbeid verricht.

Artikel

2

Artikel

3

Artikel

4

Artikel

5

Een beschrijving van een penitentiair programma of onderdeel daarvan moet ten minste de volgende gegevens bevatten:

  • a.

    Leerdoelen en programma-activiteiten:

    • 1°. De leerdoelen van het programma;

      2°. Een gedetailleerde beschrijving van de concrete activiteiten;

      3°. De duur en de opbouw van het programma;

      4°. De te gebruiken methodiek, inclusief de achtergronden en eventuele theoretisch-wetenschappelijke verantwoording ter zake;

      5°. De wijze waarop sturing wordt gegeven aan het gedrag van de deelnemer en de aan de inhoud van het programma gekoppelde vrijheidsgraden onder meer uitgedrukt in toezicht en sancties;

      6°. De gewenste tijdsinvestering van de deelnemer.

  • b.

    Doelgroep:

    • 1°. Kenmerken van personen die in aanmerking komen voor het programma, in de zin van gepleegde delicten, en psychosociale of sociaal-economische problematiek;

      2°. Contra-indicaties voor deelname.

  • c.

    Intakeprocedure:

    Een beschrijving van de intakeprocedure, inclusief wie dat doet en op basis van welke criteria, de wijze waarop de beoogde deelnemer bij deze intake wordt betrokken en de documenten die bij de plaatsing van belang zijn.

  • d.

    Uitvoering:

    • 1°. Een beschrijving van de wijze waarop inhoudelijk en procedureel uitvoering wordt gegeven aan de activiteiten en de wijze waarop het programma kan worden ingepast in een breder traject van penitentiaire programma’s of onderdelen daarvan;

      2°. De wijze waarop de controle en rapportage is geregeld.

  • e.

    Kwaliteitszorg:

    • 1°. De wijze waarop de procesevaluatie is geregeld, zowel met betrekking tot het verloop van de introductie en implementatie van het penitentiair programma als de uitvoering van dat programma. Tevens wordt aangegeven hoe de effectevaluatie wordt uitgevoerd met betrekking tot zowel het al dan niet behalen van de leerdoelen, de recidive als de relatie tussen deze twee. Als uitgangspunt voor de borging van kwaliteit geldt het model van het Instituut Nederlandse Kwaliteit.

      2°. De wijze waarop in de licentieverlening van de medewerkers van het programma is voorzien.

  • f.

    Kosten:

    Een gedetailleerde begroting van de vaste en de variabele personele en materiële kosten.

Artikel

6

Artikel

7

Artikel

8

Artikel

9

Artikel

10

Deze regeling wordt twee jaar na haar inwerkingtreding geëvalueerd.

Artikel

11

Deze regeling treedt op 1 januari 1999 in werking.

Artikel

12

Artikel 5, derde, tot en met zesde lid, is niet van toepassing in regio’s waar elektronisch toezicht niet beschikbaar is. In die gevallen wordt het elektronisch toezicht vervangen door direct toezicht door of vanwege ambtenaren of medewerkers van DJI of SRN.

Artikel

13

Deze regeling wordt aangehaald als: Erkenningsregeling penitentiair programma.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Justitie, A.H. Korthals