Regeling van de Minister van Justitie houdende vaststelling van de regels aangaande het tijdelijk verlaten van de inrichting bij wijze van verlof of strafonderbreking

Regeling tijdelijk verlaten van de inrichting

De Minister van Justitie,
Gezien het advies van de Centrale Raad voor Strafrechtstoepassing van 6 november 1998 (nr. 724485/98);

Besluit:

Hoofdstuk

1

Algemene bepalingen

Artikel

1

Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

de minister:

de Minister van Justitie;

ouder:

de ouder van de gedetineerde, alsmede de stiefouder, pleegouder of grootouder, voor zover deze gedurende een langere tijd de ouderrol heeft vervuld;

kind:

het kind van de gedetineerde, alsmede het stiefkind, pleegkind, kind van de levenspartner of kleinkind;

broer:

de broer van de gedetineerde, alsmede de halfbroer of pleegbroer;

zuster:

de zuster van de gedetineerde, alsmede de halfzuster of pleegzuster;

schoonouder:

de schoonouder van de gedetineerde, alsmede de ouder van de levenspartner;

levenspartner:

de echtgenoot van de gedetineerde, alsmede de persoon met wie een aantoonbaar duurzaam samenlevingsverband wordt onderhouden daterende van voor de aanvang van de detentie;

poliklinisch bezoek:

bezoek aan een polikliniek van een algemeen ziekenhuis, specialist, fysiotherapeut of logopedist, dan wel aan een tandarts voor bijzondere tandheelkundige verrichtingen;

ambulante psychiatrische of psychotherapeutische behandeling:

bezoek aan een psychiatrisch ziekenhuis, psychiatrische afdeling van een algemeen ziekenhuis, psychotherapeutisch instituut, RIAGG of praktijk van een vrij gevestigde en geregistreerde psychiater of psycholoog in verband met ambulante psychotherapeutische of daarmee gelijk te stellen behandeling;

intakegesprek:

bezoek aan een psychiatrisch ziekenhuis, psychiatrische afdeling van een algemeen ziekenhuis, psychotherapeutisch instituut, behandelinrichting voor verslaafden, hulpverleningsinstelling in verband met de toetsing van de mogelijkheden van een opname tijdens of na de detentie, of instelling of officiële verschaffer van woonruimte in verband met de toetsing van de mogelijkheden van bijzondere woonvoorzieningen in aansluiting op de detentie;

verlof:

het, al dan niet onder begeleiding of bewaking, tijdelijk verlaten van de inrichting voor één van de in de in deze regeling genoemde doeleinden.

algemeen verlof:

verlof als bedoeld in de artikelen 14 tot en met 18 van deze regeling;

regimesgebonden verlof:

verlof als bedoeld in de artikelen 19 en 20 van deze regeling;

incidenteel verlof:

verlof als bedoeld in de artikelen 21 tot en met 33 van deze regeling;

strafonderbreking:

opschorting van de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf als bedoeld in de artikelen 34 tot en met 40 van deze regeling;

vervolgverlof:

een verlof dat volgt op een zonder incidenten verlopen eerder algemeen verlof;

inrichtingsarts:

de aan de inrichting verbonden arts of tandarts;

verlofadres:

het adres waar de gedetineerde tijdens zijn verlof verblijft en bereikbaar is;

u.
betrokkene:

Artikel

2

Verzoek, ontvangst en beslissing

Artikel

3

Inlichtingen en adviezen

Artikel

4

Weigeringsgronden

Het verlof wordt geweigerd in geval van:

  • a.

    ernstig vermoeden dat de gedetineerde zal proberen zich aan de detentie te onttrekken;

  • b.

    gevaar voor ernstige verstoring van de openbare orde of het plegen van strafbare feiten;

  • c.

    ernstig vermoeden dat het verlof zal leiden tot alcoholmisbruik, druggebruik of een poging tot invoer van contrabande;

  • d.

    gebleken onbetrouwbaarheid met betrekking tot het nakomen van afspraken;

  • e.

    risico voor een ongestoord verlof als gevolg van de gestoorde of agressieve persoonlijkheid van de gedetineerde;

  • f.

    risico voor een ongestoord verlof als gevolg van ernstige spanningen in de woon- of leefsfeer van de te bezoeken persoon;

  • g.

    risico van ongewenste confrontatie met slachtoffers van of anderszins betrokkenen bij het door de gedetineerde gepleegde misdrijf;

  • h.

    gevaar voor de gedetineerde;

  • i.

    risico van maatschappelijke onrust;

  • j.

    het ontbreken van een aanvaardbaar verlofadres;

  • k.

    een gedetineerde ten aanzien van wie vaststaat dat hij na de detentie zal worden uitgeleverd of ten aanzien van wie een uitleveringsprocedure loopt, tenzij hieraan schorsende werking is verleend;

  • l.

    een gedetineerde die ongewenst is verklaard, ten aanzien van wie een procedure tot ongewenstverklaring loopt, tenzij hieraan schorsende werking is verleend, of van wie vaststaat dat hij na de detentie zal worden uitgezet.

Artikel

5

Voorwaarden

Artikel

6

Afhandeling door de directeur

Artikel

7

Afhandeling door de minister

Artikel

8

Tenuitvoerlegging straf tijdens verlof

Gedurende het algemeen verlof, het regimesgebonden verlof, het incidenteel verlof en het verlof tijdens verblijf in een inrichting voor de opvang van verslaafden loopt de tenuitvoerlegging van de straf ofwel de maatregel door, gedurende de strafonderbreking wordt de tenuitvoerlegging van de straf opgeschort. In het geval bedoeld in artikel 10, tweede lid onder b, en in geval van ziekte wordt de tenuitvoerlegging geschorst vanaf het moment dat de gedetineerde terug had moeten keren.

Artikel

9

Overplaatsing

Artikel

10

Incidenten

Artikel

11

Ziekte

Artikel

12

Verlofpas

Artikel

13

Financiële kwesties

Hoofdstuk

2

Algemeen verlof

Artikel

14

Voorwaarden

Artikel

15

Duur

Het algemeen verlof wordt verleend voor een duur van maximaal 60 uur.

Artikel

16

Aantal

Artikel

17

Beslissingsbevoegdheid

Artikel

18

Gewijzigde omstandigheden

In verband met gewijzigde omstandigheden kan de directeur een reeds verleend algemeen verlof of het daarvan nog resterende gedeelte intrekken, naar een ander tijdstip verplaatsen of er nadere voorwaarden aan stellen. Indien de beslissing is genomen door de minister stelt de directeur hem onverwijld van de gewijzigde omstandigheden in kennis.

Hoofdstuk

3

Regimesgebonden verlof

Artikel

19

Voorwaarden

Artikel

20

Uitgesloten van regimesgebonden verlof

Hoofdstuk

3a

Verlof tijdens verblijf in een inrichting voor de opvang van verslaafden

Artikel

20b

Artikel 4, onder j, is niet van toepassing op het verlenen van verlof aan een betrokkene.

Artikel

20c

Hoofdstuk

4

Incidenteel verlof

Artikel

21

Voorwaarden

Artikel

22

Bezoek

Artikel

23

Levensgevaar of ernstige psychische nood

Incidenteel verlof kan worden verleend voor een bezoek aan een in levensgevaar of ernstige psychische nood verkerende levenspartner, kind, ouder, broer, zuster, grootouder of schoonouder van de gedetineerde.

Artikel

24

Sterfgeval

Artikel

25

Niet tot reizen in staat zijnde familieleden

Artikel

26

Kraambezoek

Artikel

27

Onderling gedetineerdenbezoek

Artikel

28

Medische, therapeutische en tandheelkundige behandelingen

Artikel

29

Intakegesprekken

Artikel

30

Studie, opleiding en examens

Artikel

31

Voorbereiding op invrijheidstelling

Artikel

32

Beslissingsbevoegdheid

Artikel

33

Gewijzigde omstandigheden

In verband met gewijzigde omstandigheden kan de directeur een reeds verleend incidenteel verlof of het daarvan nog resterende gedeelte intrekken, naar een ander tijdstip verplaatsen of er nadere voorwaarden aan stellen. Indien de beslissing is genomen door de minister stelt de directeur hem onverwijld van de gewijzigde omstandigheden in kennis.

Hoofdstuk

5

Strafonderbreking

Artikel

34

Voorwaarden

Strafonderbreking kan worden verleend wegens zodanig bijzondere omstandigheden in de persoonlijke sfeer, dat niet kan worden volstaan met een andere vorm van verlof.

Artikel

35

Duur

Bij het bepalen van de duur van de strafonderbreking wordt rekening gehouden met de omstandigheden van het geval. De strafonderbreking duurt minimaal twee etmalen en maximaal drie maanden.

Artikel

36

Bezoek

Strafonderbreking kan worden verleend voor verzorging van een ernstig zieke levenspartner, kind of ouder, voor het bijwonen van de bevalling van de levenspartner van de gedetineerde en voor de gevallen bedoeld in de artikelen 23 en 24. Het bepaalde in artikel 22, eerste en tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.

Artikel

37

Medische en therapeutische redenen

Strafonderbreking kan worden verleend wegens dringende redenen van lichamelijke of psychische aard, gelegen in de persoon van de gedetineerde, indien en voor zover de inrichtingsarts heeft bevestigd dat deze redenen aan de voortzetting van detentie in de weg staan.

Artikel

38

Zakelijke omstandigheden

Artikel

39

Beslissingsbevoegdheid

Strafonderbreking kan slechts worden verleend, gewijzigd en ingetrokken door de minister.

Artikel

40

Gewijzigde omstandigheden

In verband met gewijzigde omstandigheden kan de minister een reeds verleende strafonderbreking of het daarvan nog resterende gedeelte intrekken, naar een ander tijdstip verplaatsen of er nadere voorwaarden aan stellen. Daartoe stelt de directeur de minister onverwijld van de gewijzigde omstandigheden in kennis.

Hoofdstuk

6

Overgangsbepaling, inwerkingtreding en citeertitel

Artikel

41

Een verzoek om verlof dat ingediend is voor de inwerkingtreding van deze regeling wordt afgedaan volgens de regels zoals die golden voor de inwerkingtreding van deze regeling.

Verloven waarvoor voor de inwerkingtreding van deze regeling toestemming is verleend worden beoordeeld volgens de regels zoals die golden voor de inwerkingtreding van deze regeling.

Artikel

42

Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking op 1 januari 1999.

Artikel

43

Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling tijdelijk verlaten van de inrichting.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Justitie, A.H.Korthals