Artikel
1
Begripsbepalingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
een voorziening waardoor de cyclus van dag en nacht kan worden waargenomen.
Besluit:
In deze regeling wordt verstaan onder:
een voorziening waardoor de cyclus van dag en nacht kan worden waargenomen.
Met een afwijkingsmarge van 10% heeft de verblijfsruimte minimaal een vloeroppervlak van 10 vierkante meter, een breedte van 2 meter en een vrije hoogte van 2,5 meter.
De verblijfsruimte is voorzien van:
een intercom of bel waarmee vanuit de cel te allen tijde een ambtenaar of medewerker van de inrichting kan worden opgeroepen, en
een radio- en TV-aansluitpunt.
De verblijfsruimte is voorzien van een van binnenuit en al dan niet van buitenaf bedienbare verlichting met voldoende lichtsterkte, al dan niet gecombineerd met een van buitenaf bedienbare nachtverlichting.
De verblijfsruimte is ingericht met tenminste:
een spiegel;
een open hang-legkast;
een schrijf-werktafel;
een stoel;
een aan de wand bevestigd prikbord;
een bed;
twee wandcontactdozen.
De directeur kan bepalen dat de gedetineerde, die in een individueel regime is geplaatst als bedoeld in artikel 22 van de wet of die in een extra beveiligde inrichting als bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder e, van de wet is geplaatst, dag en nacht door middel van een camera wordt geobserveerd:
indien dit noodzakelijk is in het belang van de handhaving van de orde of de veiligheid in de inrichting,
indien dit noodzakelijk is voor een ongestoorde tenuitvoerlegging van de vrijheidsbeneming,
indien dit noodzakelijk is in verband met de geestelijke of lichamelijke toestand van de gedetineerde,
indien bij ontvluchting of schade aan de gezondheid van de gedetineerde grote maatschappelijke onrust zou ontstaan of wanneer dit ernstige schade zou kunnen toebrengen aan de betrekkingen van Nederland met andere staten of met internationale organisaties.
Indien cameraobservatie wordt toegepast op de grond van het eerste lid, onder c, wordt, alvorens de beslissing daartoe wordt genomen advies ten dien aanzien uitgebracht door een gedragsdeskundige onderscheidenlijk de inrichtingsarts, tenzij dit advies niet kan worden afgewacht. In dat geval wint de directeur het advies zo spoedig mogelijk na zijn beslissing in.
De cameraobservatie, bedoeld in het eerste lid, duurt ten hoogste twee weken. De directeur kan de cameraobservatie telkens voor ten hoogste twee weken verlengen, indien hij tot het oordeel is gekomen dat de noodzaak daartoe nog bestaat.
De artikelen 57 en 58 van de wet zijn van overeenkomstige toepassing. Van de beslissing tot cameraobservatie hetzij de verlenging daarvan, worden de aan de inrichting verbonden commissie van toezicht en de inrichtingsarts terstond in kennis gesteld.
Ten minste eenmaal per week stelt de inrichtingsarts of een aan de inrichting verbonden gedragsdeskundige zich op de hoogte van de toestand van de gedetineerde die door middel van een camera dag en nacht wordt geobserveerd.
Deze regeling is, met uitzondering van de artikelen 10a, 10b en 10c niet van toepassing op verblijfsruimten waarin een gedetineerde tijdelijk wordt ondergebracht of op ruimten die worden gebruikt voor onderzoek van gedetineerden.
Er is een experiment Amerswiel te Heerhugowaard dat loopt van 1 januari 2001 tot 1 januari 2005. Het experiment wordt tussentijds en aan het einde van de aangegeven periode geëvalueerd.
De inrichting Amerswiel bestaat uit huizen. In een huis bevinden zich verblijfsruimten voor persoonlijk gebruik, een gezamenlijke keuken, huiskamer en ruimten met toilet en douche al dan niet voor gezamenlijk gebruik.
De huizen zijn voorzien van een van buitenaf afsluitbare deur en in elke verblijfsruimte bevindt zich een beveiligd raam. Elke verblijfsruimte is voorzien van een deur die slechts van buitenaf kan worden afgesloten.
Op verblijfsruimten in beperkt beveiligde en zeer beperkt beveiligde inrichtingen is het bepaalde in de artikelen 3, 4, tweede lid, en 6, eerste lid, niet van toepassing, terwijl op verblijfsruimten in beperkt beveiligde inrichtingen ook het bepaalde in artikel 9 en op verblijfsruimten in zeer beperkt beveiligde inrichtingen ook het bepaalde in de artikelen 5 en 7 niet van toepassing is.
Op verblijfsruimten in beperkt beveiligde en zeer beperkt beveiligde inrichtingen, bestemd voor de onderbrenging van meer dan één gedetineerde, is het bepaalde in de artikelen 3, 4, tweede lid, en 6, eerste lid, niet van toepassing, terwijl op dergelijke verblijfsruimten in zeer beperkt beveiligde inrichtingen ook het bepaalde in de artikelen 5, 7 en 9 niet van toepassing is.
Verblijfsruimten in normaal beveiligde, uitgebreid beveiligde en extra beveiligde inrichtingen waarvan de bouw is aangevangen voor 1996, moeten in elk geval voldoen aan de eisen vermeld in de artikelen 2, 4, eerste en tweede lid, 5, 6, tweede en derde lid, 7, 8 en 10, en moeten in elk geval voor 1 januari 2006 voldoen aan de eisen vermeld in de artikelen 6, eerste lid, en 9.
Verblijfsruimten in normaal beveiligde, uitgebreid beveiligde en extra beveiligde inrichtingen waarvan de bouw is aangevangen voor 1996 en welke zijn bestemd voor de onderbrenging van meer dan één gedetineerde, moeten bovendien voldoen aan de eisen vermeld in artikel 9.
Deze regeling treedt in werking op 1 januari 1999.
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling eisen verblijfsruimte penitentiaire inrichtingen.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.