Subsidieregeling publieksvoorlichting wetenschap en technologie

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen;
Handelende in overeenstemming met de Minister van Economische Zaken;
Overwegende dat het gewenst is dat de Stichting WeTeN voor de publieksvoorlichting over wetenschap en technologie subsidies verstrekt als bedoeld in hoofdstuk 2 van de wet overige OCenW-subsidies;

Besluit:

Artikel

1

Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder minister: de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen.

Artikel

2

Doelomschrijving

Subsidie kan worden verstrekt voor publieksvoorlichting over wetenschap en technologie aan financieel weinig draagkrachtige, onafhankelijke organisaties, die directe publieksvoorlichting over wetenschap en technologie tot hoofdactiviteit hebben. Geen subsidie wordt verstrekt voor beroeps-, studie- of vakgerichte voorlichtingsactiviteiten.

Artikel

3

Vaststelling subsidieplafond

De minister stelt jaarlijks het subsidieplafond vast.

Artikel

4

Subsidiebedrag per subsidie-ontvanger

De subsidie wordt verleend voor de uitvoering van een door de minister goedgekeurd werkplan. De subsidie bestaat uit een bedrag per boekjaar van ten hoogste vijftig procent van de jaarbegroting, behorende bij het goedgekeurde werkplan van de aanvrager.

Artikel

5

Subsidieaanvraag

Subsidie wordt op aanvraag verleend.

Artikel

6

Subsidieaanvrager

Subsidie wordt slechts verleend aan rechtspersoonlijkheid met volledige rechtsbevoegdheid bezittende, ongebonden organisaties zonder winstoogmerk op het gebied van wetenschaps- en technologievoorlichting met een regionale dan wel landelijke functie, die aantoonbaar tenminste twee jaar voor de aanvraag op het terrein van de wetenschaps- en technologievoorlichting werkzaam zijn geweest.

Artikel

7

Vereisten subsidieaanvraag

De subsidieaanvraag omvat:

  • a.

    een vierjarenplan, inhoudende de aard en de omvang van de voorgenomen activiteiten en van de beoogde resultaten;

  • b.

    een sluitende vierjarenraming, die inzicht geeft in de baten en de lasten van de organisatie. De vierjarenraming is voorzien van een postgewijze toelichting;

  • c.

    een werkplan voor het jaar waarop de subsidie betrekking heeft. Daarbij wordt aangegeven welke doelstelling de organisatie met de activiteiten nastreeft, op welke wijze zij worden uitgevoerd en voor welke doelgroep zij zijn bestemd;

  • d.

    een sluitende begroting voor het jaar waarop de subsidie betrekking heeft, voorzien van een postgewijze toelichting;

  • e.

    een afschrift van de oprichtingsakte of de statuten en een afschrift waaruit de inschrijving van de instelling in het geldende openbaar register blijkt.

    Overlegging van bedoelde afschriften kan achterwege blijven, indien de aanvrager er redelijkerwijs van uit kan gaan dat deze gegevens aan de minister bekend zijn. In de aanvraag wordt daarvan mededeling gedaan.

Artikel

8

Termijn indiening aanvraag

De subsidieaanvraag wordt ingediend voor een door de minister te bepalen tijdstip.

Artikel

9

Criteria subsidieverlening

Artikel

10

Tijdvak subsidieverlening

Subsidie wordt verleend voor een boekjaar.

Artikel

11

Begrotingsvoorbehoud

Subsidieverlening geschiedt onder de voorwaarde dat bij de vaststelling van de Rijksbegroting voldoende gelden ter beschikking worden gesteld.

Artikel

12

Informatieplicht

Artikel

13

Besteding subsidie

De subsidie wordt uitsluitend besteed aan de uitvoering van het werkplan waarvoor zij blijkens de subsidieverlening bestemd is.

Artikel

14

Voorafgaande schriftelijke instemming met activiteiten na subsidieverlening

Voorafgaande schriftelijke instemming van de minister is vereist met:

  • a.

    het aangaan van huur- of koopovereenkomsten die leiden tot een jaarlijkse last van meer dan f 50.000;

  • b.

    het aangaan van overeenkomsten met betrekking tot intellectuele eigendomsrechten die rechtstreeks of middellijk voortvloeien uit activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt;

  • c.

    het verstrekken van geldleningen;

  • d.

    het vervreemden of bezwaren van registergoederen en andere vermogensbestanddelen, deze laatste wanneer zij zijn verworven (mede) door middel van subsidie, dan wel de lasten daarvan (mede) zijn bestreden uit de subsidie;

  • e.

    het zich verbinden als borg, hoofdelijk medeschuldenaar of het zich voor derden sterk maken of zich tot zekerheidstelling voor schulden van derden verbinden.

Artikel

15

Aanvraag tot subsidievaststelling

Artikel

17

Voorschotten

De minister verleent voorschotten. Het ritme van bevoorschotting wordt in de beschikking tot verlening van de subsidie aangegeven.

Artikel

18

Delegatie

De minister delegeert de bevoegdheid tot het nemen van besluiten met betrekking tot het verstrekken van subsidies als bedoeld in deze regeling aan het bestuur van Stichting WeTeN te Utrecht, met uitzondering van de bevoegdheid tot het nemen van besluiten als bedoeld in artikel 3.

Artikel

19

Inwerkingtreding.

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel

20

Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling publieksvoorlichting wetenschap en technologie.

Deze regeling zal in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister voornoemd, L.M.L.H.A.Hermans