Wet van 25 februari 1999 tot wijziging van de Wet milieubeheer, de Wet rampen en zware ongevallen en de Arbeidsomstandighedenwet ter uitvoering van de EG-richtlijn betreffende de beheersing van de gevaren van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken (Seveso-II)

Wijzigingswet Wet milieubeheer, enz. (uitvoering EG-richtlijn betreffende de beheersing van gevaren van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken (Seveso-II))

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het noodzakelijk is de Wet milieubeheer, de Wet rampen en zware ongevallen en de Arbeidsomstandighedenwet te wijzigen ter uitvoering van richtlijn nr. 96/82/EG van de Raad van de Europese Unie van 9 december 1996 betreffende de beheersing van de gevaren van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken (PbEG L 10);

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL

I

Wijzigt de Wet milieubeheer.

ARTIKEL

II

Wijzigt de Wet rampen en zware ongevallen.

ARTIKEL

III

Wijzigt de Arbeidsomstandighedenwet .

ARTIKEL

IV

Wijzigt de Wet op de economische delicten.

ARTIKEL

V

Ten aanzien van rampbestrijdingsplannen, bestaande op het tijdstip waarop artikel II, onderdeel C, in werking treedt, blijft artikel 7, eerste lid, tweede volzin van de Wet rampen en zware ongevallen van toepassing gedurende twee jaar na dat tijdstip, met dien verstande dat deze termijn ten aanzien van een rampbestrijdingsplan als bedoeld in artikel 7, derde lid, van die wet eindigt, zodra de krachtens dat artikellid vastgestelde regels worden toegepast. Deze termijn eindigt eveneens zodra de burgemeester zulks ten aanzien van een rampbestrijdingsplan bepaalt.

ARTIKEL

VI

Wijzigt de Arbeidsomstandighedenwet 1998.

ARTIKEL

VII

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen en onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te 's-Gravenhage
Beatrix
De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, J. P. Pronk
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, A. Peper
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J. F. Hoogervorst
De Minister van Justitie, A. H. Korthals