Besluit van 7 april 1999, houdende regels omtrent het verstrekken van subsidie aan de raden voor rechtsbijstand voor de uitvoering van hun wettelijke taak (Subsidiebesluit raden voor rechtsbijstand)

Subsidiebesluit raden voor rechtsbijstand

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Staatssecretaris van Justitie van 17 december 1998, Directie Wetgeving, nr. 736100/98/6;
De Raad van State gehoord (advies van 4 maart 1999, nr. W03.98.0610/I)
Gezien het nader rapport van Onze Staatssecretaris van Justitie van 23 maart 1999, Directie Wetgeving, nr. 754884/99/6;

Hebben goedgevonden en verstaan:

HOOFDSTUK

1

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel

1

In dit besluit wordt verstaan onder:

  • a.

    wet: Wet op de rechtsbijstand;

  • b.

    subsidie: de krachtens artikel 42, eerste lid, van de wet aan de raad te verstrekken subsidie voor de uitvoering van zijn wettelijke taak;

  • c.

    deelsubsidie beheerskosten: de in artikel 2, tweede lid, onderdeel a, bedoelde deelsubsidie;

  • d.

    deelsubsidie programmakosten: de in artikel 2, tweede lid, onderdeel b, bedoelde deelsubsidie.

Artikel

2

Artikel

3

De raad kan tijdens het boekjaar gelden toevoegen:

  • a.

    aan de deelsubsidie beheerskosten vanuit de deelsubsidie programmakosten tot ten hoogste 2% en vanuit de egalisatiereserve «beheerskosten», bedoeld in artikel 10, tweede lid, tot ten hoogste 5% van de deelsubsidie beheerskosten.

  • b.

    aan de onder 3°, 4° en 5° van de deelsubsidie programmakosten tot ten hoogste 2% van die respectieve bedragen.

Artikel

4

Artikel

5

HOOFDSTUK

2

VERLENING VAN DE SUBSIDIE

Artikel

6

Onze Minister stelt de raad uiterlijk 1 juli van elk jaar schriftelijk in kennis van de voorlopige beleidsmatige en budgettaire kaders voor het daarop volgende jaar.

Artikel

7

Onze Minister beslist binnen dertien weken op de aanvraag tot verlening van de subsidie.

HOOFDSTUK

3

AAN DE SUBSIDIE VERBONDEN VERPLICHTINGEN

Artikel

8

De raad draagt ervoor zorg dat de doelstellingen waarvoor de subsidie wordt verleend op doelmatige en effectieve wijze worden nagestreefd, dat de werkzaamheden dienovereenkomstig worden geregeld, en dat een goed beleid en beheer wordt gevoerd.

Artikel

9

Uiterlijk vier weken na afloop van de eerste vier respectievelijk acht maanden van het boekjaar, dient de raad een voortgangsrapportage in.

Artikel

10

Artikel

11

Artikel

12

Artikel

13

Artikel

14

Artikel

15

HOOFDSTUK

4

VASTSTELLING VAN DE SUBSIDIE

Artikel

16

De raad dient binnen vijf maanden na afloop van het boekjaar een aanvraag tot vaststelling van de subsidie in.

Artikel

17

Onze Minister beslist binnen vier maanden op de aanvraag tot vaststelling van de subsidie.

Artikel

18

Het verschil tussen de vastgestelde deelsubsidies en de werkelijke kosten van de activiteiten waarvoor de deelsubsidie werd verleend komt ten gunste onderscheidenlijk ten laste van de desbetreffende egalisatiereserve.

HOOFDSTUK

5

SLOTBEPALINGEN

Artikel

19

Onze Minister kan, na overleg met de raad, de bevoorschotting van de raad verlagen indien diens liquiditeitspositie dat toelaat, zulks ter vermijding van eventuele liquiditeitsproblemen bij een of meer andere raden.

Artikel

20

Onze Minister kan, na overleg met de raad, de in artikel 10 genoemde percentages met ten hoogste 75% verlagen indien de financiële positie van een of meer raden daartoe noodzaakt.

Artikel

21

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 1999.

Artikel

22

Dit besluit wordt aangehaald als: Subsidiebesluit raden voor rechtsbijstand.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

's-Gravenhage
Beatrix
De Staatssecretaris van Justitie, M. J. Cohen
De Minister van Justitie, A. H. Korthals