Besluit van 9 april 1999, houdende nadere regels inzake het ondernemingsplan en de samenstelling en de werkwijze van de Commissie van deskundigen in verband met de vestiging van een notaris (Besluit ondernemingsplan notaris)
Besluit ondernemingsplan notaris
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Staatssecretaris van Justitie van 17 februari 1999, Directie Wetgeving nr. 747930/99/6;
Indien na een negatief advies over een ondernemingsplan door dezelfde indiener een nieuw verzoek om advies wordt gedaan dat op dezelfde plaats van vestiging betrekking heeft, is hij gehouden nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden te vermelden.
Paragraaf
3
De Commissie
Artikel
5
1
De Commissie bestaat uit een voorzitter en twee leden.
2
De voorzitter en een van de leden bezitten bedrijfseconomische deskundigheid. Het andere lid is notaris.
3
De voorzitter en de leden worden voor een termijn van ten hoogste vier jaar benoemd. Zij kunnen eenmaal herbenoemd worden.
4
Er zijn twee plaatsvervangende leden. Het ene lid bezit bedrijfseconomische deskundigheid, het andere lid is notaris. De voorzitter wordt zo nodig vervangen door het lid dat bedrijfseconomische deskundigheid bezit.
5
De Commissie stelt nadere regels vast omtrent haar eigen werkwijze.
6
In het secretariaat van de Commissie wordt voorzien door het Bureau.
Artikel
6
Indien de verstrekte gegevens en bescheiden onvoldoende zijn voor de beoordeling van het ondernemingsplan of de voorbereiding van het advies, stelt de Commissie de indiener van het plan alvorens het in behandeling te nemen, in de gelegenheid binnen een door de Commissie gestelde termijn het ondernemingsplan aan te vullen.
Artikel
7
De Commissie adviseert over ondernemingsplannen in volgorde van ontvangst, met dien verstande dat indien de indiener krachtens artikel 6 de gelegenheid heeft gehad het ondernemingsplan aan te vullen, de dag waarop het ondernemingsplan is aangevuld of de daarvoor gestelde termijn ongebruikt is verstreken, als datum van ontvangst geldt voor de toepassing van deze bepaling alsmede voor de toepassing van artikel 8, eerste lid.
Artikel
8
1
De Commissie adviseert binnen drie maanden na datum van ontvangst van het ondernemingsplan.
2
De Commissie kan de KNB en het Bureau verzoeken binnen een bepaalde termijn de inlichtingen, bedoeld in artikel 7, tweede lid, van de wet, te verstrekken.
3
De Commissie kan de indiener van het ondernemingsplan in de gelegenheid stellen het plan ter vergadering toe te lichten.
de indiener van het plan niet voldoet aan artikel 4;
c.
de indiener van het plan onjuiste gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van deze gegevens tot een onjuist advies over het plan zou hebben geleid.
Artikel
10
1
Indien de Commissie een positief advies uitbrengt, kan de Commissie de indiener van het ondernemingsplan in kennis stellen van een eerder uitgebracht advies dat op dezelfde plaats van vestiging betrekking heeft.
2
De kennisgeving vermeldt geen naam en adres van de indiener van het eerdere ondernemingsplan.
3
De indiener van het ondernemingsplan aan wie de kennisgeving wordt gedaan is tot geheimhouding daarvan verplicht.
Artikel
11
De Commissie brengt jaarlijks voor 1 april aan Onze Minister van Justitie een verslag van werkzaamheden uit over het afgelopen kalenderjaar.