minister: Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;
c.
AOC: agrarische opleidingscentrum, als bedoeld in artikel 1.3.3 van de wet;
d.
materiële component van de rijksbijdrage: de bijdrage, bedoeld in artikel 2.2.1, derde lid, onderdelen b tot en met h, van de wet;
e.
apparatuur: voor het onderwijs benodigde hulpmiddelen.
Artikel
2
Aan het bevoegd gezag van een AOC wordt een eenmalige vergoeding ver-strekt ten behoeve van de verbetering van de apparatuur en de daarbij behorende infrastructuur van het daarin verzorgde beroepsonderwijs.
Artikel
3
De aanvullende vergoeding voor een AOC bedraagt een voor een AOC evenredig gedeelte van f 1.925.000,- gerelateerd aan de omvang van de materiële component beroepsopleidende leerweg en beroepsbegeleidende leerweg van de rijksbijdrage over het jaar 1997 van een AOC, of indien een AOC in 1997 een of meer rechtsvoorgangers had, van de rechtsvoorganger of rechtsvoorgangers van een AOC.
Artikel
4
Het bevoegd gezag van een AOC is gehouden de vergoeding, bedoeld in artikel 2, doelmatig aan te wenden.
Artikel
5
Het bevoegd gezag van een AOC verantwoordt de aanvullende vergoeding in de jaarrekening over het jaar 1999, bedoeld in artikel 2.5.3 van de wet, en zendt die jaarrekening uiterlijk op 1 juli 2000 aan de minister.
Artikel
6
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Artikel
7
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling eenmalige apparatuurbijdrage AOC 1999.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
’s-Gravenhage,
De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, H.H.Apotheker