Wet van 12 mei 1999, houdende aanvulling van de Algemene wet bestuursrecht met een regeling over de behandeling van klachten door bestuursorganen

Wet aanvulling Algemene wet bestuursrecht met een regeling over de behandeling van klachten door bestuursorganen

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de Algemene wet bestuursrecht aan te vullen met bepalingen inzake de behandeling van klachten door bestuursorganen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL

I

Wijzigt de Algemene wet bestuursrecht.

ARTIKEL

II

Wijzigt de Wet Nationale ombudsman.

ARTIKEL

III

Wijzigt de Militaire Ambtenarenwet 1931.

ARTIKEL

IV

Wijzigt de Kaderwet dienstplicht.

ARTIKEL

V

ARTIKEL

VI

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor artikel I en V voor verschillende beleidsterreinen verschillend kan worden vastgesteld.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te 's-Gravenhage
Beatrix
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, A. Peper
De Minister van Justitie, A. H. Korthals
De Minister van Justitie, A. H. Korthals