Instellingsbesluit commissie advisering bezwaarschriften Defensie

De Minister van Defensie;

Besluit:

Artikel

1

In dit besluit wordt verstaan onder:

a.
het bestuursorgaan:

de Minister onderscheidenlijk de Staatssecretaris van Defensie;

b.
de commissie:

de commissie, bedoeld in artikel 2;

c.
de minister:

de Minister van Defensie;

d.
het ministerie:

het Ministerie van Defensie.

Artikel

2

Er is een commissie advisering bezwaarschriften Defensie.

Artikel

3

Artikel

4

De minister ontslaat de voorzitter:

  • a.

    op zijn verzoek;

  • b.

    wanneer hij uit hoofde van ziekten of gebreken blijvend ongeschikt is zijn functie te vervullen;

  • c.

    wanneer hij bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak wegens misdrijf is veroordeeld, dan wel hem bij zulk een uitspraak een maatregel is opgelegd die vrijheidsbeneming tot gevolg heeft;

  • d.

    wanneer hij ingevolge onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak onder curatele is gesteld, in staat van faillissement is verklaard, surséance van betaling heeft verkregen dan wel wegens schulden is gegijzeld.

Artikel

5

Artikel

6

Artikel

7

Artikel

8

De commissie kan daarvoor in aanmerking komende derden oproepen voor het verkrijgen van inlichtingen die zij behoeft. Iedere als zodanig opgeroepen medewerker is verplicht aan een oproep van de commissie gevolg te geven en desgevraagd alle inlichtingen naar waarheid en zonder voorbehoud te verstrekken.

Artikel

9

Artikel

10

Artikel

11

Het is de leden en de secretaris van de commissie verboden:

  • a.

    hetgeen zij als zodanig te weten zijn gekomen verder bekend te maken dan voor de uitoefening van hun functie gevorderd wordt;

  • b.

    de gevoelens te openbaren, die tijdens de beraadslaging over het bezwaar zijn geuit;

  • c.

    over een aan hen voorgelegde zaak of over een zaak die, naar zij weten of kunnen vermoeden, aan hen zal worden voorgelegd zich uit te laten in enig onderhoud of gesprek met belanghebbenden, hun gemachtigden, degene die het bestreden besluit heeft genomen of de door deze aangewezen vertegenwoordiger;

  • d.

    enige schriftelijk informatie in ontvangst te nemen van de onder c bedoelde personen of dezen in de gelegenheid te stellen anderszins hierover mededelingen aan hen te doen, met uitzondering van informatie of mededelingen aan de secretaris in het kader van de normale secretariaatswerkzaamheden.

Artikel

12

De Directeur Juridische Zaken is gemachtigd namens het bestuursorgaan te beslissen op bezwaarschriften met betrekking tot besluiten en andere handelingen op grond van titel II van de Ambtenarenwet en inzake schade voor zover de bevoegdheden daartoe voorbehouden zijn aan de Directeur Juridische Zaken.

Artikel

13

Het besluit van 20 april 1994 houdende instelling Bezwaarschriftencommissie Directie Juridische Zaken Defensie wordt ingetrokken.

Artikel

14

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot 1 juli 1999.

Artikel

15

Dit besluit wordt aangehaald als: Instellingsbesluit commissie advisering bezwaarschriften Defensie.

’s-Gravenhage
De Minister van Defensie, F.H.G. deGrave