Eenmalige uitkering versterking stedelijke economische structuur

De Minister voor Grote Steden- en Integratiebeleid, R.H.L.M. van Boxtel,

Besluit:

Artikel

1

In deze regeling wordt verstaan onder:

a.
de minister:

de Minister voor Grote Steden- en Integratiebeleid;

b.
gemeentebestuur:

het college van burgemeester en wethouders van een gemeente die ingevolge deze regeling een rijksbijdrage ontvangt;

c.
plan:

een samenhangend geheel van op versterking van de stedelijke economische structuur gerichte investeringsprojecten dat voldoet aan de criteria die de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken in zijn brief van 7 mei 1997 aan het gemeentebestuur bekend heeft gemaakt.

Artikel

2

Indien het gemeentebestuur zich bereid verklaart met inachtneming van deze regeling het in de bijlage bij deze regeling achter de naam van zijn gemeente genoemde plan te realiseren, waarvan deel uitmaakt hetgeen in de bijlage is aangegeven omtrent het daarvoor begrote budget, het bedrag dat het gemeentebestuur als gemeentelijk aandeel daarin beschikbaar stelt alsmede de datum waarop de uitvoering van het plan zal zijn voltooid, wordt door het Rijk ten behoeve van de uitvoering van het plan een eenmalige uitkering verstrekt ter hoogte van het in de bijlage als rijksbijdrage aangegeven bedrag.

Artikel

3

Het gemeentebestuur ontvangt de uitkering in twee termijnen. De eerste termijn ter hoogte van het in de bijlage bij deze regeling genoemde bedrag wordt in 1997 verstrekt. Het resterende bedrag wordt ultimo 1998 verstrekt indien het gemeentebestuur de minister voor 1 november 1998 heeft bericht dat het bedrag van de eerste termijn in de periode tot 1 oktober 1998 voor tenminste 75% is besteed.

Artikel

4

Indien zich bij de uitvoering van het plan ontwikkelingen voordoen die de uitvoering van het plan verhinderen, waaronder tevens wordt begrepen de tijdige uitvoering van het plan, doet het gemeentebestuur daarvan mededeling aan de minister. Voor wijzigingen die het gemeentebestuur in verband met zodanige ontwikkelingen in het plan wil aanbrengen vraagt het vooraf de instemming van de minister.

Artikel

5

Het gemeentebestuur informeert de minister desgevraagd omtrent de voortgang van de uitvoering van het plan.

Artikel

6

Artikel

7

De Minister kan de uitkering bedoeld in artikel 2 geheel of gedeeltelijk terugvorderen indien:

  • a.

    het gemeentebestuur niet voldoet aan artikel 6;

  • b.

    uit het in artikel 6 bedoelde financieel verslag blijkt dat het bedrag dat als gemeentelijk aandeel in de uitvoering van het plan tot besteding is gekomen lager is dan het bedrag van de rijksbijdrage;

  • c.

    uit de in artikel 6 bedoelde verslagen blijkt dat het gemeentebestuur het plan heeft gewijzigd zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 4.

Artikel

8

Deze regeling wordt aangehaald als: Eenmalige uitkering versterking stedelijke economische structuur.

Artikel

9

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot 1 november 1997.

’s-Gravenhage
De Minister voor Grote Steden- en Integratiebeleid,R.H.L.M. vanBoxtel

Bijlage

behorend bij artikel 2 van de Eenmalige uitkering versterking stedelijke economische structuur