Verordening zelfcontrole runderen op het verbod gebruik van bepaalde stoffen

Verordening zelfcontrole runderen op het verbod gebruik van bepaalde stoffen

Het bestuur van het Produktschap voor Vee en Vlees heeft,
gelet op Richtlijn 96/23/EG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 29 april 1996 inzake controlemaatregelen ten aanzien van bepaalde stoffen en residuen daarvan in levende dieren en in produkten daarvan en tot intrekking van de Richtlijnen 85/358/EEG en 86/469/EEG en de Beschikkingen 89/187/EEG en 91/664/EEG, alsmede op artikel 2, tweede lid, van de Regeling verbod handel met bepaalde stoffen behandelde dieren en producten,

op 14 juli 1999 vastgesteld de navolgende

VERORDENING

Artikel

1

Artikel

3

Artikel

4

Artikel

5

Artikel

6

Artikel

7

De voorzitter kan van de verboden, bedoeld in artikel 2 en 3, in noodgevallen of calamiteiten [vrijstelling verlenen en] op aanvraag, ontheffing verlenen en aan een zodanige [vrijstelling of] ontheffing beperkingen en voorschriften verbinden.

Artikel

8

Overtredingen van het bij of krachtens deze verordening bepaalde zijn strafbare feiten.

Artikel

9

Voor het bestuur,
ir. R.J. Tazelaar voorzitter
drs. S.B.M. Jongerius secretaris

Bijlage

behorend bij de Verordening zelfcontrole runderen op het verbod gebruik van bepaalde stoffen

Erkenningscriteria voor certificeringssystemen

Een certificeringssysteem dat erkend wil worden in het kader van deze verordening dient te voldoen aan de volgende criteria.

I)

Voorschriften met betrekking tot de afwezigheid van residuen

Het certificeringssysteem schrijft voor dat:

  • 1.

    een ondernemer kan deelnemen aan het certificeringssysteem door middel van het sluiten van een overeenkomst met de beheerder van het certificeringssysteem waarbij een deelnemer zich er tenminste toe verbindt dat;

    • a.

      hij de aangewezen controle-instelling(en) te allen tijde toegang geeft of doet geven tot zijn bedrijfsruimten;

    • b.

      hij toestaat dat controleurs van de aangewezen controle-instelling(en) monsters nemen en alsdan de gevorderde medewerking overeenkomstig de aanwijzingen en onder toezicht van die controleurs verleent;

    • c.

      hij toestaat dat de in onderdeel b. bedoelde monsters en de analyseresultaten van de betreffende monsters kunnen worden afgegeven aan de Algemene Inspectiedienst ten behoeve van een strafrechtelijk onderzoek;

  • 2.

    een deelnemer veevoeders koopt en gebruikt waaraan geen verboden stoffen of producten zijn toegevoegd, hetgeen aantoonbaar is gemaakt door middel van een garantiesystematiek;

  • 3.

    een deelnemer alleen samenwerkt met een dierenarts die aantoonbaar werkt volgens de aan dierenartsen gestelde wettelijke eisen;

  • 4.

    een deelnemer zich ertoe verbindt door middel van een ondertekende verklaring zich te houden aan de desbetreffende communautaire en nationale regelgeving en in het bijzonder aan het bepaalde in de artikelen 5 en 12 van Richtlijn nr. 90/425 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 26 juni 1990 inzake veterinaire en zoötechnische controles in het intracommunautaire handelsverkeer in bepaalde levende dieren en produkten in het vooruitzicht van de totstandbrenging van de interne markt en het bepaalde bij of krachtens de Diergeneesmiddelenwet.

II)

Criteria met betrekking tot de controle

Het certificeringssysteem hanteert ten minste de volgende controlesystematiek.

  • 1.

    De controle op de aanwezigheid van verboden stoffen dient plaats te vinden door een onafhankelijke controle-instelling die minimaal in het bezit is van een Sterin accreditatie of op een vergelijkbaar aantoonbaar niveau controles uitvoert.

  • 2.

    De controle op de aanwezigheid van verboden stoffen vindt onaangekondigd plaats, met een frequentie op basis van een risico-analyse of op basis van een systematiek afhankelijk van de gemiddelde levensverwachting van de runderen.

  • 3.

    De analyse van de genomen monsters dient plaats te vinden in een laboratorium dat is erkend bij of krachtens de Diergeneesmiddelenwet.

III)

Voorschriften met betrekking tot de administratie

Onverminderd het bepaalde bij of krachtens enig ander wettelijk voorschrift schrijft het certificeringssysteem voor dat een deelnemer een administratie dient bij te houden waarin de volgende gegevens zijn opgenomen:

  • 1.

    de aankoop en het verbruik van diergeneesmiddelen;

  • 2.

    de aankoopfacturen van veevoeder;

  • 3.

    de overeenkomst of bevestiging van de erkenning en/of het certificaat van deelname aan het certificeringssysteem;

  • 4.

    een kopie van de verklaring als bedoeld in punt I.4.

Het certificeringssysteem schrijft voor dat de be- of verwerker de I en R-nummers van aanvaarde runderen in zijn administratie opneemt. Voorts schrijft het certificeringssysteem voor dat de be- of verwerker voorgeschreven maatregelen dient te nemen opdat de doeleinden bedoeld in artikel 3, eerste lid onder a. en b. worden bereikt.

IV)

Criteria met betrekking tot sancties

Het certificeringssysteem dient bij overtreding van de voorschriften van het certificeringssysteem adequate sancties op te leggen.

Bijlage

I

behorend bij de Verordening zelfcontrole runderen op het verbod gebruik van bepaalde stoffen

  • A.

    stoffen met thyreostatische, oestrogene, androgene of gestagene werking of ß-agonisten;

  • B.

    de farmacologisch werkzame substanties waarvoor geen maximumwaarde kan worden vastgesteld, bedoeld in Bijlage IV van Verordening (EEG) nr. 2377/90.